De speelkaart

Als pokeraar is het absoluut essentieel; een goed pak kaarten. Want zonder kaarten geen poker. Maar waar komt de speelkaart vandaan?
 
De algemene consensus lijkt te zijn dat de allereerste kaarten uit het Oosten komen. De oudheid van kaarten is in ieder geval terug te leiden tot de Tang-dynastie (618-907 na Chr). Kaarten worden vaak gebruikt voor het voorspellen van de toekomst (Tarotkaarten), maar ze worden ook gebruikt voor allerlei spellen, variërend van mahjong tot domino en zelfs schaken.

Hoe de kaarten van Azië in Europa terecht zijn gekomen is niet geheel duidelijk. Sommigen denken dat Indiase nomaden de kaarten meenamen, maar de kans is groter dat Arabische soldaten de kaarten vanuit Egypte introduceerden. De Egyptische kaarten leken in veel opzichten op de kaarten die we nu kennen.

Het Egyptische spel had 52 kaarten met vier symbolen: stokken, munten, zwaarden en bekers. Elk symbool had tien zogenaamde pitkaarten en drie koningskaarten: de Koning, de Vice Koning en de Tweede Vice Koning.

De duivel
De eerste kaarten worden uiteindelijk rond 1370 in Italië gespot en binnen een relatief korte tijd wordt overal met ze gespeeld. Niet iedereen is erg gecharmeerd van het kaartspel, en met name de Roomse kerk is het spel een doorn in het oog. In 1432 verzet Sint Bernardino van Sienna zich tegen het ‘spel van de duivel’ op de trappen van het Italiaanse Bologna.

De dramatische preek van Bernardino heeft weinig effect: het kaartspel blijft populair en over heel Europa wordt het gebruikt, hoewel met de nodige variaties. In Duitsland waren de symbolen harten, klokken, bladeren en eikels, terwijl Spanje en Italië tot aan de dag van vandaag vasthouden aan bekers, staven, zwaarden en munten.

Het zijn de Fransen en de Engelsen die ons de afbeeldingen gaven zoals we die nu nog kennen: harten, schoppen, klaveren en ruiten. De symbolen stonden voor de vier klassen van de toenmalige samenleving. Harten voor de geestelijkheid, schoppen (de top van een lans) voor de adel en hoge militairen, klaveren representeren de boerenstand en ruiten symboliseren de rijkdom van kooplieden.

In de 15e eeuw onderging het kaartspel een nieuwe revolutie: voor het eerst worden kaarten gedrukt in plaats van met de hand beschilderd. Het gevolg is een enorme hoeveelheid ontwerpen.

In die tijd zien we voor het eerst ook de afbeeldingen koning, vrouw en boer verschijnen; hoogstwaarschijnlijk een Frans design. Later begint de Aas, waarschijnlijk geïnspireerd door de Franse revolutie, een belangrijke rol te spelen. In verzet tegen de adel werd de laagste kaart uitgeroepen tot de kaart met de hoogste waarde. De gewone man stond nu boven de koning, die altijd als hoogste had gegolden. 
 
In het midden van de 18e eeuw maakt de speelkaart nog een laatste radicale ontwikkeling door. Tot die tijd zijn de figuren enkel en staande afgebeeld, maar nu komt het dubbelbeeld in gebruik. Het maakt niet meer uit hoe de kaarten vastgehouden worden.
 
Zo, dat was een korte geschiedenis van de speelkaart. ‘t Is maar dat je het weet….