LIVE REPORTING POKERNIEUWS

 

De mening van de Nederlandse enclave in het Belgische plaatsje Namur was niet mals. Velen van ons waren neergestreken voor de Namur Poker Classics, aangetrokken door de relatief lage buy-ins van de toernooien, en om te profiteren van de naar verluidt belabberde kwaliteit van de Waalse oppositie.

Echter, wie het overgrote deel van de Nederlanders hoorde praten, kreeg toch vooral klachten te horen. Klachten over de onvriendelijkheid van de Walen, en hun weigering om Nederlands of zelfs maar Engels te willen spelen. Klachten over de vermeende stank op bepaalde plekken in het casino, of de toch wel enigszins ouderwets aandoende hotelkamers. Klachten over de hondenpoep op straat, over dat we soms met 11 mensen aan tafel speelde, of over de ‘crapshoot’ die de eindfase van met name de satellites zouden kenmerken.

Ach, het zal U niet vreemd voorkomen – Nederlanders klagen eigenlijk altijd. We willen voor een dubbeltje op de eerste rang, en verwachten gewoonlijk een koningsbehandeling voor een minimale investering.

Ik vond het allemaal nog niet zo slecht. Weliswaar deed de zogenaamde sit’n’go structuur van de toernooien enigszins gekunsteld aan, maar dat was simpelweg om te voldoen aan de Belgische wetgeving, en dus niet onlogisch. En de velden – tja, ze waren weliswaar nooit veel groter dan 160 man, maar dat is toch niet zo heel slecht voor een toernooiweek op een (in ieder geval vanuit pokeroptiek) niet echt A-locatie. En door Kenny Hallaert werd alles voor de Nederlandse spelers tot in de puntjes geregeld. Voor een gastheer in een casino was hij extreem benaderbaar, en het was dan ook vooral dankzij zijn inspanningen dat zoveel Nederlanders de autorit van zo’n twee uur eraan waagden.

Misschien was ik wat kritischer geweest als ik geen resultaten had kunnen boeken, of als – zoals bij het Belgisch Kampioenschap 2008 – het weer erg slecht was geweest. Maar op de eerste en laatste dagen scheen volop de zon, waardoor ik lekker wat kon gaan hangen langs het water, mij voorbereidde op de dag liggend in een klein parkje, of lekkere wandelingetjes maakte door de misschien enigszins vergane, maar zeker ook authentieke binnenstad van Oud Namen.

Het had nog leuker geweest indien regerend Belgisch Kampioen Sijbrand Maal en zijn vrouw Mariken er ook de hele week bij waren geweest, samen met “Grote Arminius” Armijn Meijer. Immers, dat was het plan. Maar het vooruitzicht om een week lang met mij te moeten doorbrengen, tja dat was waarschijnlijk iets te veel van het goede voor deze brave borsten – en dus besloten ze stuk voor stuk om hun bezoekje aan België toch maar te laten lopen.

Wat betekende dat voor mij? Wel, eigenlijk dat ik mij 100% kon focussen op maar één doel: presteren. Weliswaar waren de prijzengelden nu niet direct van EPT-proporties, maar er waren toch nog wel enige Euro’s te verdelen. Ik zette vooraf in op twee finaletafels, in de hoop daarmee ook het allround best player klassement te kunnen winnen. Het eerste lukte mij wel – maar genoeg voor het allround klassement was het niet.

Wat presteerde ik alles bij elkaar in dit weekje? Wel, in de €200+10 no limit hold’em freeze-out heel wat. Ik bereikte de finale van dit met 166 spelers bezette toernooi met een ruime chiplead. Ik had bovendien twee zeer strakke spelers links van mij met kleine stacks, kreeg zeer veel respect, en bovendien waren de blinds substantieel – ideaal dus om flink door te raggen. In alle eerlijkheid schatte ik in dat ik toch zeker twee flinke potten zou moeten verliezen om de titel mis te lopen, en zonder grote pech of coolers moest het wel raar lopen wilde ik niet winnen. Maar helaas, het pakte niet uit zoals ik wilde. Liefst vier reuzenpotten speelde op ik de laatste twee tafels, allemaal potten die zo substantieel waren dat ik de typisch Belgische term Vorentscheidung hierop wel van toepassing vond. In drie potten was ik favoriet heads up en in de vierde was ik money favorite three-way – maar ik won er geen enkele chip mee. Enkele zure flops, turns of rivers deden mij op een weliswaar goede, maar toch teleurstellende vijfde plaats belanden voor een kleine €2k – aanzienlijk minder dan de ruim €7k voor de zege.

Echter, mijn pech in dit event werd ruimschoots goedgemaakt door mijn ongekende fortuin in de €100+10 pot-limit Omaha freeze-out, een paar dagen later. Met zeven spelers over had ik na het verliezen van een giga-pot slechts 1.2 big blinds over, en was ik dus op sterven na dood. Maar een aantal miraculeuze ontsnappingen deden het tij keren. Totaal dode handen kwamen tot leven, en de door mij aangeroepen drie-outers op de river kwamen zonder enig probleem. Met andere woorden: Ik riep de kaarten op als in mijn beste dagen, luckboxte mij in een half uur tijd terug naar de chiplead, en na degelijk heads up spel pakte ik uiteindelijk ook de titel. Voor een eerste plek was de prijs van ruim onder de €2k nogal beperkt, mede door het kleine (gecapte) veld van slechts 50 spelers. Daarentegen was de promotionele waarde van het winnen van twee pot-limit Omaha toernooien in één maand wel aanzienlijk – en dat maakte mijn vreugde dan ook groot.

Met deze twee finaletafels op zak wist ik dat ik voor het allround klassement goede zaken had gedaan. En middels een mooie cash in het Main Event zouden mijn kansen op die titel dan ook aanzienlijk moeten zijn. Gebruikmakend van het ten-handed play met op de eerste dag geen antes, haalde ik dan ook mijn allerstrakste spel uit de kast, wetend dat mijn opponenten mij alsnog wel zouden afbetalen op mijn grote handen, en ik mij zo redelijk risicovrij zou kunnen opwerken in het toernooi. Maar die grote handen kwamen helaas niet, waardoor ik op het eind van de dag toch ietwat short werd. Enigszins onfortuinlijk moest ik het strijdtoneel verlaten op de 29e plaats, na een toernooi waar ik eigenlijk geen enkele pot van importantie had kunnen winnen.

Al met al was ik niet ontevreden over mijn weekje Namur. Ik had netjes gepresteerd, zonder in de val te lopen van “ach, de buy-ins zijn maar klein, dus ik neem het niet zo serieus en gooi het er lichtjes in”. Met de aanwezige Nederlanders had ik toch redelijk wat pret gehad, en ook de meeste Walloniërs hadden wel schik met die gekke ‘Ollander’ aan tafel. Met mijn luide geschreeuw om “Beaucoup de valets”, en vanzelfsprekend ook mijn antieke grap om bij een all-in het Franse “Tapis” te veranderen naar “Tapie – Bernard Tapie” wist ik bij mijn Wallonische vrienden continue wel een glimlach op de lippen te krijgen.

Tja, waarschijnlijk lachten ze meer om mij dan met mij. Maar dat interesseerde mij natuurlijk niets. Want wetende dat ik met twee finaletafels niet alleen de clown had lopen uithangen maar vooral ook degelijk had gepresteerd, was dit een mooi Belgisch weekje geweest: goed, gezellig – en voor herhaling vatbaar.

Elke week beschrijft Rolf Slotboom, Team captain van Team Holland Poker, zijn leven als pokerspeler en alle ervaringen, kennis en anekdotes die daarbij horen. Heb je zelf vragen of interessante pokerhandjes die je graag besproken ziet worden, stuur deze dan op naar [email protected]