De Verhalen van Kale – Han, de wokjesman

Onze lokale game, een gemêleerd gezelschap van oude bazen, jonge nerds en lichtgetinte duidelijk-geen-nerds, wordt sinds een half jaar geleden opgefleurd door een Chinees van begin dertig. Op het eerste gezicht lijkt de beste man een afspiegeling van de vooroordelen over zijn cultuur. Hij komt zitten, koopt zich met een stapel verfomfaaide twintigjes in, loopt constant te gokken en gaat vaak broke naar huis. Typische gokchinees? Dit is het verhaal van Han, de wokjesman.

Han lacht vriendelijk en praat in volzinnen waar zelfs Johan Cruijff geen chocola van kan maken. Ook gebruikt hij steevast de L waar je de R moet gebluiken. Ik lach vrolijk mee, maar vind hem eigenlijk best zielig. Hij oogt als een gokverslaafde. Ik vraag mij af waar hij zijn geld vandaan haalt. “Hij heeft zijn eigen wokrestaurant”, zo vertelt een tafelgenoot mij. Geïntrigeerd luister ik naar de details en hoor tot mijn stomme verbazing dat het een van de bestlopende woktenten in de omgeving is.

Fast forward naar afgelopen weekend. Het is zondag en wij hebben trek. “Mèn, ik snak naar een wokje!” gooit een van mijn vrienden eruit. “Laten we naar Han gaan!”. Zo gezegd, zo gedaan. We proppen ons met zijn vijven in een Mini Cooper en begeven ons richting de woktent. Het zou voer voor een mop zijn, hoe je vijf gezette pokerknullen in een Mini Cooper krijgt, maar die details laat ik maar even in het midden.

We lopen het wokrestaurant binnen. Stampensvol. Ik kijk de zaak rond en sla het tafereel gade: in het stijlvolle interieur kijken zeker dertig zwetende Nederlanders ongedurig om zich heen, wachtend op hun ossenhaas-met-zoetzure-saus. Achter de balie staat een appetijtelijke Chinese jongedame met een geboetseerde glimlach, die ondanks de drukte in de zaak geen moment aan charme verliest. Glimlachend hoort ze het relaas van een klagende, hoogblonde dame aan. Ik vraag mij af hoe zij werkelijk over haar klant denkt, maar haar gezicht vertrekt geen spier. Achter haar zijn aan de bakplaat drie mannen aan het werk. Ik kijk goed naar de leider van het stel. Het is Han, onmiskenbaar.

Een gevoel van schaamte bekruipt mij. Waar je op internet enkel tegen onbekende nicknames speelt, zie je hier daadwerkelijk een van je zalmpies kei- en keihard werken. Ineens voel ik mij een vieze, vadsige profiteur. Ondertussen heeft de doorgaans joviale Han geen oog voor ons: met stalen gezicht gooit hij kip op de bakplaat, om ondertussen in een wok groenten om te roeren. Wij proberen oogcontact te maken, maar Han is een fucking machine. Zijn vrouw ontneemt onze verdere toenaderingspogingen. Zij wil nu toch echt wel weten of wij nasi, bami of witte lijst willen.

 
Enige tijd later is het eindelijk zover, onze ossenhaas is klaar. Al die tijd heeft Han dezelfde verbeten trek op zijn gezicht om zijn talloze klanten zo snel mogelijk te helpen. Hij vult onze bakjes en loopt naar de balie als hij plots ons gezelschap in het vizier krijgt. Zijn emotieloze gezicht veert op, een brede glimlach verschijnt. “Pokelvlienden!” giert Han het uit. De glimlach van zijn vrouw verdwijnt direct als sneeuw voor de zon. “Oh, dus dit zijn nou je pokervrienden?” De grijns van Han verdwijnt even snel als dat hij kwam, maar de vette knipoog die hij samen met de kroepoek uitdeelt spreekt boekdelen.

Plots begrijp ik het allemaal: zijn gedrag, zijn grapjes, alles. De hele reden waarom hij pokert. Weg van de stress, weg van de gekte, volkomen in zijn element. Zijn verwachtingswaarde ís de ontspanning, het even niet moeten doen wat anderen hem de hele dag opdragen. En ach, dat hij vaker verliest dan wint, dát moet zijn vrouw maar accepteren. Ik zal Chinezen vermoedelijk nooit helemaal doorgronden, maar die knipoog lichtte een bijzonder tipje van de sluier op.

Tijdens onze game drie dagen later is Han weer van de partij. Hij komt zitten, koopt zich in met een stapel verfomfaaide twintigjes en loopt constant te gokken. Hij lacht vriendelijk en gebluikt steevast de L in plaats van de R. Na een uur zitten we heads-up in een hand. Op de river gooit hij als altijd een willekeurige stapel muntjes naar het midden. Tenminste.. het zou toch niet? Ik tel zijn chips: exact vijf wokjes.

– KaleGozer

PokerCity Workshops 1000x258

9 Comments

  1. Leuke inhoud en leuk geschreven, leest lekker weg. Grappig tussendoortje weet ik wel te apprecieren. GG Kale.

  2. Leuk verhaal, herken het een beetje.

    zo had ik een homegame waar we altijd shoarma bestelde zodat de shoarmaboer een goede reden had om zijn verkochtte pita broodjes nieuw leven in te blazen

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.