U weet het nog wel. Menno Vlek die met zijn vuist op tafel sloeg, Thierry van den Berg die hoofdschuddend voor de camera’s verscheen, toeschouwers die niets begrepen van het aangedane onrecht. De boodschap was duidelijk: Rolf is een luckbox. Een mazzelaar, die steeds met de slechtste kaarten zijn poet erin gooit… om dan op miraculeuze wijze alsnog de pot te winnen.
Dat was in 2006, tijdens de Master Classics. De tijd van de kleine kaartjes, van heel veel schoppetjes. De tijd dat ik nog puur speelde voor de absolute winst – en met enig dédain neerkeek op de schrapertjes die zichzelf één of twee plekjes omhoog probeerden te folden.
Na dat incidentele succes begon langzamerhand mijn echte toernooicarrière. En om op professionele basis je staande te kunnen houden tegen de internationale top… tja, daar is natuurlijk wel enige kunde voor nodig. Raadzaam daarbij is om zo nu en dan ook eens met de beste kaarten het geld erin te krijgen. Want uitgaande van het principe dat poker een skill game is, is het niet onverstandig om bij de showdowns af en toe gewoon twee Azen open te draaien, in plaats van de bagger-de-luxe die men van mij gewend was geraakt.
Ik won ruim twee jaar lang geen toernooi meer! Ondanks beter spel dan ooit, en ondanks dat ik gewoonlijk met de beste kaarten het geld erin wist te krijgen… als de hoofdprijzen werden verdeeld stond ik steevast aan de zijlijn. Zelfs een 8-tegen-1 chiplead bij het Poker Royale Masters Main Event tegen de über-nit Andreas Krause bleek niet genoeg. Zeven opeenvolgende all-ins won de man met het nog slickere haar dan ik – die mij na afloop bovendien nog fijntjes kwam melden dat hij toch wel de terechte winnaar was, en ook geen moment had getwijfeld dat hij de zege zou binnenhalen. Ook in Monte Carlo hield, 3-handed, mijn beste hand voor 60% van de totale chips in play geen stand, en op Gran Canaria was in een identieke situatie mijn twee paar een eenvoudige prooi voor het overspeelde middenpaar van de tegenstander. Kortom: Het zat tegen!
Ook bij de Nederlandse toernooitjes werden mijn Azen gekraakt alsof het pindarotsjes waren. Tegenstanders trokken vol vertrouwen ten strijde met hun gedomineerde handjes, om niet eens met de ogen te knipperen als dan met hulp van de river de Ace wederom was weggehouden van het grote geld. Dat ik toch nog prima prestaties bleef boeken ondanks een duidelijk ontbreken van geluk in de cruciale showdowns, tja, dat werd slechts door weinigen erkend. Sterker, zelfs een eerlijk verdiende titel “Speler van het Jaar” werd door afgunstige lieden op een concurrerend forum gemakshalve gelabeld onder het kopje vriendjespolitiek. Degelijke en solide prestaties, zo schreef ikzelf – maar in de ogen van een paar blagen die zelf nooit weten te presteren als het erop aankomt, toch vooral een beloning voor het mijzelf in the money folden. Medeleven voor de lange periode van dubbeltjes die steevast de verkeerde kant opvielen, verkreeg ik in slechts zeer beperkte mate. En ook ikzelf vond dat ik niet mocht klagen. Immers, ik had in het begin van mijn toernooicarrière toch vooral de wind mee gehad. Nou, dan zou het wel van zeer slechte smaak getuigen als ik bij het eerste zuchtje tegenwind een klaagzang ten tonele zou brengen.
En daar was dan plots de beruchte eerste februari van 2009 – de dag dat Rolf zijn terugkeer als erkend Luckbox beleefde. Na een Dom Classics week waarin ik ondanks toch zeer behoorlijk spel nog geen Euro bijeen had kunnen schrapen, was daar plotseling het afsluitende crapshoot toernooi. Waar ik bij het Main Event nog genadeloos 85% van mijn stack had weten te verliezen nadat ik met Azen al mijn geld erin had gekregen, en ook bij andere toernooien ik reeds na de allereerste all-in kon gaan douchen, besloot bij het afsluitende event Vrouwe Fortuna plotsklaps mijn kant te kiezen. Misschien dacht de dame in kwestie: “Ach, Rolf zijn Ego is inmiddels wel genoeg gekrenkt door ruim twee jaar zonder live toernooizeges – laten we de Staart maar weer eens in het zadel helpen.”
Feit was dat ik als in mijn beste tijd de meest schaamteloze outdraws voor elkaar kreeg, met dus uiteindelijk mijn eerste titel in lange tijd als gevolg. Pocket zevens was geen partij voor mijn 6
4
, waarmee ik mij vrolijk naar de winst wist te runner-runneren. En als ik diezelfde pocket zevens had… nou dan knikkerde ik vrolijk flippend A
K
uit het toernooi. Aas-boer was geen partij voor mijn 7
5
(tja, daar zijn ze weer, die kleine schoppetjes!), en met AK tegen KK riep ik zonder enig probleem het broodnodige aasje op de river op. Ook Azen kraken met een totaal dode aas-boer offsuit bleek voor mij geen enkel probleem. Als minister Hirsch Ballin ter plekke was geweest, had hij zich vol trots op de borst kunnen kloppen. Dat hij met zijn kennersoog poker inderdaad het label “kansspel” heeft meegegeven, bleek op basis van mijn performance in het Utrechtse gokhuis namelijk volledig terecht.
Het moge duidelijk zijn: de Luckbox is terug! Net als in 2005 en 2006, trokken de tegenstanders zich weer de haren uit het hoofd als op afroep de door mij gewenste kaarten op het board verschenen. De afgunstigen aan de zijlijn lieten zich vanzelfsprekend slechts horen als ik soms eens een potje verloor… wat gelukkig slechts weinig voorkwam. Ik weet hoe het werkt: Beter een toernooitje winnen als een luckbox, dan na goed spel de trofee net mislopen. Want hoewel het hier natuurlijk ging om een toernooi met skill factor 0, dan nog is het leuk om de bloemen en de cheque uitgereikt te krijgen – dat is immers waarom je deze toernooitjes speelt.
Twee weken geleden zei ik dat het mijn doel voor 2009 was om weer eens een toernooi in Nederland te winnen. Dat is nu dus zover – waardoor ik intussen overwinningen in de drie grootste Holland Casino’s op mijn naam heb staan. Het zal mij niet van mijn pad afbrengen. Immers, mijn pech op cruciale momenten in de laatste pakweg twee, drie jaar heb ik nooit als onrechtvaardig beschouwd – en dus zie ik deze overwinning ook zeker niet als ‘terecht’.
Maar fijn is het wel. De Luckbox Rolf heeft voor eventjes weer zijn gezicht laten zien. Ik ben een kleine €13.000 rijker; ik heb weer een leuke titel op mijn naam staan; mensen zijn weer woedend over mijn vermeende geluk; en ook mijn masterclasses kaarten bezweren zijn op deze dag niet ongemerkt voorbij gegaan. Een jarenlange frustratie heb ik van mij af weten te spelen in dit ene, in alle eerlijkheid nogal onbeduidende toernooi. En waardoor dan precies? Wel, door een fikse dosis durf, opportunisme, en misschien een heel klein beetje kunde… maar toch vooral door een serie wonderbaarlijke ontsnappingen.
Elke week beschrijft Rolf Slotboom, Team captain van Team Holland Poker, zijn leven als pokerspeler en alle ervaringen, kennis en anekdotes die daarbij horen. Heb je zelf vragen of interessante pokerhandjes die je graag besproken ziet worden stuur deze dan op naar [email protected]









