LIVE REPORTING POKERNIEUWS

 

Het zal U niet ontgaan zijn. Relatief vaak ben ik mikpunt van kritiek, of ben ik betrokken bij controverses. Zoals ik in mijn column van vorige week al aangaf, vind ik het gewoonlijk niet zo erg om kritisch benaderd te worden. Wat ik wel vervelend vind is als onjuiste verhalen over mij circuleren, of als ik word bejegend op een wijze die niet terecht is. In de extra lange column van vandaag bespreek ik een aantal van die aantijgingen aan mijn adres – en zal ik aangeven in welke mate deze aantijgingen correct zijn.

Vermeend ontslag

Op het Pokernews forum heb ik al sinds jaar en dag een vaste criticaster. Een klein jaar geleden kwam deze persoon met een hele lijst argumenten waaruit zou blijken dat ik nooit ergens lang kon blijven. Immers, zo schreef hij, als ik ergens langer bleef en de mensen zouden mij wat ‘beter leren kennen’, nou dan had men al snel genoeg van mij. Als bewijzen haalde hij aan dat ik bij Pokernews was ontslagen, dat Holland Casino mij niet meer wilde voor de reports, en dat ook Eurosport mij aan de dijk had gezet.

Nadat hij deze post had gemaakt, reageerde ik direct. Ik gaf aan dat ik al 4 jaar bij CardPlayer zat, eigenlijk al zo’n 6 jaar als je ook het door CardPlayer overgenomen Poker Digest erbij rekent. Ook gaf ik aan dat ik jarenlang bij PokerPages & PokerSchoolOnline werkzaam was geweest (ruim zeven jaar), en daar allebei op eigen initiatief was gestopt omdat ik meer zelf wilde spelen. En bovendien zat ik ook alweer enkele jaren bij mijn uitgever D&B. Kortom, met het ergens niet lang uit kunnen houden viel het wel mee.

Maar belangrijker: de aangedragen ‘feiten’ waren aantoonbaar onjuist:

  • Bij Eurosport waren er op dat moment toevallig net even geen pokeruitzendingen – maar tot de dag van vandaag ben ik daar nog gewoon de eerste keus wat betreft de verslaggeving. (Alleen als ik niet kan, neemt de door mij voorgedragen Sven Polarski het over, of als hij ook niet kan Frank Kramer.)
  • Bij Holland Casino was ik uit eigen beweging gestopt. Zoals ik in de “Mijn Master Classics” column van twee weken geleden al vertelde, wilde men mij juist erg graag houden als reporter. In 2006 toen ik per se het Main Event wilde spelen, stelde ik voor om dat event door Anthon-Pieter Wink te laten doen – en die heeft het toen ook inderdaad op zich genomen, als aanvulling op de reports van alle andere events die ik gewoon nog zelf deed. Voor 2007 benaderde HC mij weer, maar omdat ik toen gewoon alle events wilde spelen, heb ik Vinnebin van het Pokerinfo forum voorgedragen, die op dat moment mijn assistent bij de PokerPages live reporting was – en ook dat vorstel werd gehonoreerd.
  • En tenslotte Pokernews: ook daar had ik mijn column uit eigen beweging stopgezet. Toen een zeer controversiële column van mijn hand niet zou worden geplaatst (de beruchte column over Simpel Media), zei ik: “Als jullie hem niet kunnen of willen plaatsen, dan is dit ook meteen de laatste column geweest. Hoe graag ik ook mijn stukjes schrijf, en hoezeer ik ook begrijp dat de column gevoelig en misschien wel ongewenst materiaal bevat, ik moet complete vrijheid hebben – anders ben ik weg.” Om op zich best begrijpelijke redenen kon Jordy de column uiteindelijk niet plaatsen, maar om even begrijpelijke redenen vond ik dat daarom ik mijn conclusies moest trekken. Wat mijn criticaster niet wist was dat de MSN gesprekken van na het conflict (waar Jordy mij verzocht om toch alsnog gewoon mijn vaste column voort te zetten) gewoon nog op mijn harde schijf stonden, en op grond daarvan moest de verhalenverteller dus uiteindelijk zijn beweringen intrekken. Echter, als hij de kans maar krijgt, gooit hij nog steeds ditzelfde gerucht de wereld in – ondanks de al aangetoonde onjuistheid ervan.

Vermeende negatieve berichtgeving over mijn pokercollega’s

Meer dan andere pokeraars die soms voor hun plezier een stukje schrijven, beschouw ik mijzelf als columnist en tevens als journalist. Voor een goede column is het soms nodig om gekruide uitspraken te doen, ook dus als dit ten koste gaat van mijzelf of mijn collega’s. En voor een goed journalistiek artikel is het noodzakelijk dat de feiten goed voor het voetlicht worden gebracht, en ik dus niet op welke wijze dan ook mensen bewust bevoordeel, spaar of juist overdreven negatief benader. Deze factoren probeer ik altijd zo goed mogelijk in ogenschouw te nemen.

Echter, er zijn enkele spelers die vinden dat ik hen structureel / te vaak negatief benader. Bijvoorbeeld Marcel Lüske heeft mij wel eens aangegeven dat hij mijn journalistieke benadering maar matig kan waarderen. Hij vertelde mij ooit: “Rolf, van de 10 keer ben je 9 keer OK. Maar de 10e keer lees ik dan plotseling van die rare verhalen met een negatieve ondertoon – en daar houd ik niet van.” Dat vertelde hij niet heel lang nadat ik een (verdiend) zeer positieve cover story over hem had geschreven voor CardPlayer Europe. Sterker: Terwijl op dat moment ik door enkele vaste spelers in mijn PLO partij in Amsterdam schamper werd aangeduid als de het ‘schandknaapje’ of de ‘privé-journalist’ van Marcel (omdat ik altijd maar positieve dingen over hem zou schrijven), vond Marcel zelf juist dat ik te kritisch was!

Nu had hij daar op zich wel een punt – want als hij dingen niet goed deed, wel dan schreef ik het ook. Zo waren er twee toernooien waar ik de reporter was, en waar ik in bedekte termen had aangegeven dat hij met een andere speler wel erg risicomijdend te werk was gegaan, en waar dus de schijn was van twee spelers die elkaar in leven hadden gehouden. Misschien geen directe collusie, omdat het elkaar niet direct aanvallen ook gewoon proper tournament strategy kan zijn – maar als verslaggever vond ik dat ik het toch moest melden. Sterker: In beide gevallen wist ik dat mijn opdrachtgevers (de organisators van de evenementen) niet blij zouden zijn als uit mijn reports ook maar de schijn van mogelijk samenspel naar voren zou komen, en dat ik daardoor in de toekomst misschien mijn uitnodigingen wel zou kunnen vergeten. Maar ik vond en vind dat ik als reporter ook de mindere kanten of de misschien wat twijfelachtige momenten / grensgevallen moet belichten – want als ik alleen maar een propagandamachine voor de casino’s moet zijn zonder enige kritische blik, dan zou ik mezelf niet recht in de spiegel kunnen kijken. Of, zoals ik het ooit heb beschreven: Mijn complimenten aan iemands adres hebben natuurlijk alleen maar waarde als ik ook zijn of haar mindere punten benoem.

Ook over Noah Boeken wordt mij wel eens verweten dat ik hem negatief zou bejegenen. En inderdaad: Waar het gaat om zijn spelkwaliteiten, ben ik nog wel eens kritisch. Ik vind dat hij beduidend minder goed speelt dan hij zichzelf profileert, en ik hoor hem vaak praten over vermeende pech maar eigenlijk slechts zeer zelden over de fouten die hij maakt. Dat hij vooral tot een jaar of twee geleden in de reports op zijn site altijd met wollen handschoentjes werd aangepakt, en continue opgehemeld werd zonder ook maar enige vorm van kritische noot, vond ik niet terecht. Immers, hij is zeker een prima, degelijke speler – maar natuurlijk verre van de internationale ster zoals hij op de site werd geprofileerd. En zo zei ik dat dan ook – met als gevolg dat ik veel kritiek kreeg uit diezelfde hoek. Zo draagt een vriend van Noah mij nog altijd na dat ik tijdens een Eurosport uitzending over het EPT ranking / punten klassement (waar Noah hoog in stond) had gezegd: “Tja, wat U hier ziet is natuurlijk niet het belangrijkste klassement – het totaal behaalde prijzengeld, dat is natuurlijk waar het om gaat.” Tot op de dag van vandaag ziet de betreffende persoon dit als een aanval op Noah, terwijl de uitspraak juist was gericht op een andere persoon die hoog stond in dat klassement – namelijk Luca Pagano. (Nota bene iemand met wie ik een prima band heb, in tegenstelling tot de inderdaad moeizame relatie die ik met Noah onderhoud.) Luca had die hoge positie vergaard via veel money finishes, maar zijn totaal vergaarde prijzengeld op dat moment was substantieel lager dan dat van de mensen die direct onder hem stonden in het puntenklassement. Vandaar dus de opmerking – die geenszins betrekking had op Noah natuurlijk. Immers, die stond buiten iedere discussie door zijn mooie winst bij de EPT Kopenhagen en de bijbehorende zak met kronen.

Ook Noah zelf wijst mij er vaak op dat ik slecht over hem schrijf of dat ik hem dingen niet zou gunnen. Maar het tegendeel blijkt toch wel uit het feit dat in mijn functie als Bureau Chief van CardPlayer Europe ik juist de drijvende kracht was om hem een cover story te geven. Bij de directie van CardPlayer waren ze in eerste instantie helemaal niet zo enthousiast over mijn voorstel, omdat ik als Bureau Chief zelf een Nederlander was, omdat er in de 10 maanden daarvoor al een flink aantal grote verhalen over Nederlanders waren verschenen (het door mij geschreven verhaal over Rob Hollink bijvoorbeeld, of mijn verhaal over de Master Classics), en omdat er in genoemde periode ook al twee Nederlanders op de cover hadden gestaan: Marcel in juli 2005 en ikzelf in februari 2006. Echter, omdat ik vond dat Noah simpelweg een cover verdiende gezien zijn jeugdige charisma, zijn grote fanbase, zijn zakelijk inzicht & ook zijn prima resultaten tot op dat moment, heb ik voet bij stuk gehouden – met als resultaat niet alleen een leuk coververhaal, maar ook nog een vertaling van de interessante belevenissen in Amerika van Noah & zijn vrienden getiteld “32 Days in Vegas”. Een verhaal dat er eigenlijk puur en alleen door mijn inspanningen is gekomen – en dat doe je natuurlijk niet als je iemand iets niet gunt.

Maar ook hier geldt hetzelfde: Men moet dus niet alleen maar kijken naar de soms kritische noten die ik plaats, zonder dat tegelijkertijd ook mijn uitgebreide praise voor iemands kwaliteiten of geboekte prestaties in ogenschouw wordt genomen. Als ik alleen maar kritiek zou spuien zonder tegelijk ook iemands grote kwaliteiten / mogelijkheden te benadrukken, tja dan had men natuurlijk een punt over mijn negativisme danwel vooringenomenheid. Maar dat is dus niet het geval, omdat ik juist altijd zo correct mogelijk probeer te blijven – door dus ook ruime credit te geven aan mensen die mij mogelijk op het persoonlijk vlak iets minder goed liggen, maar die het gezien hun prestaties niet zouden verdienen om altijd maar negatief te worden bejegend.

Continue pluggen van mezelf

Een vaak terugkerende kritiek aan mijn adres – en in alle eerlijkheid hebben mijn criticasters hier ook wel degelijk een punt. Net zoals eigenlijk iedere pokerspeler dat wel doet, is het voor mij van belang mijzelf voldoende in de picture te houden. En zeker omdat ik columnist ben (per definitie een stijlvorm waar je vaak over jezelf praat), en bovendien poker speel met aparte tactieken & strategieën die behoorlijk afwijken van de norm (waardoor ik nog meer dan ik al deed het over mijzelf heb), komt het woordje “ik” nogal vaak in mijn stukjes voor. En natuurlijk zijn die berichten dan ook vaak positief voor mijzelf – immers, als ik er niet veel van zou kunnen dan zou ik natuurlijk nooit enig pokerboek verkopen. Maar dat neemt niet weg dat ik ook erg kritisch ben op mijzelf – dit in tegenstelling tot de overgrote meerderheid van de mensen die mij bekritiseren. Van de meeste pokeraars heb ik nog nooit iets gelezen dat ze iets helemaal fout hebben gedaan, of dat ze zichzelf ook een beetje belachelijk durven te maken – en ik doe dat dus wel, met grote regelmaat zelfs. Dus ja, inderdaad prijs ik mezelf vaak op on-Nederlandse wijze, en daar zou je zeker kritiek op kunnen hebben. Maar ik durf ook mezelf op eenzelfde wijze af te branden – en dat willen mijn criticasters maar zelden zien.

Zo word ik tot op de dag van vandaag nog vaak minachtend beschreven als “de man die zichzelf op de cover zette” bij het blad waar ik net hoofdredacteur was geworden (CardPlayer Europe). Meer dan eens heb ik verteld dat dit geenszins de realiteit was. Maar omdat die verhalen nog altijd circuleren online en ook van tijd tot tijd in de welbekende wandelgangen de ronde doen, hierbij dan nog één keer het werkelijke verhaal.

Tijdens de Master Classics van 2005 werd aan mij door de zittende hoofdredacteur Jesse May gevraagd of ik hem wilde opvolgen als Bureau Chief. Na enig nadenken zei ik: “Ja, dat is goed”. Deel van de overeenkomst was dat ik vanaf nu alle cover stories (die ik al schreef voor het blad) nu zelf mocht bepalen, weliswaar na goedkeuring van de directie in Amerika. Ik stelde meteen voor om mijn eerste keer als Bureau Chief van het blad te openen met een coververhaal over de historie van de Master Classics. Ik deed in die week de vereiste interviews met de betrokkenen, en bij afwezigheid van onze vaste fotografe Mickey May (de vrouw van Jesse) maakte de fotograaf van het casino de hi-resolution pics met alle belangrijke personen (Peter Voolstra, Adèle Bruijn en Marie-Louise Overtoom bijvoorbeeld). In combinatie met alle live-action foto’s die ik van voorgaande jaren nog had als direct uitvloeisel van mijn dagelijkse reports van de Master Classics, moest de directie in Amerika ruime keuze hebben voor een geschikte coverfoto – zo dacht ik.

Maar nadat ik reeds op St. Kitts zat voor de verslaggeving van de Caribbean Poker Classic, kreeg ik ineens paniekerige berichten vanuit Amerika. Men zei weinig tot geen geschikte cover foto’s te zien in het aangeleverde materiaal, en had dus het voornemen om Joe Hachem op de cover zetten – de recent gekroonde wereldkampioen, over wie we een groot stuk hadden in het blad. Ik wilde dit absoluut niet, om twee redenen:

  1. Ik had bij mijn aantreden het plan opgezet om CardPlayer Europe veel onafhankelijker te maken van het moederblad, de Amerikaanse CardPlayer. Ik wilde meer Europees nieuws, en specifiek Europese columnisten. En als bij mijn eerste editie als Bureau Chief we dan een Australiër op de cover zouden hebben die in Amerika had gewonnen – wel, dat leek mij geen goed begin.
  2. Misschien nog wel belangrijker: ik had Peter Voolstra en de anderen een cover verhaal beloofd. En dus vond ik dat ik het niet kon maken als er met mijn goedkeuring iemand anders op de cover zou komen.

Vanuit St. Kitts stuurde ik vervolgens uit mijn privé-archief een hele serie foto’s van de Master Classics naar Amerika. Hoewel deze foto’s allemaal een relatief lage resolutie hadden, gaf ik aan dat van deze foto’s een lappendeken moest worden gemaakt – om zo een prachtige cover te vormen met heel veel kleine fotootjes van alle hoogtepunten uit de langjarige historie.

Ik dacht dat alles in kannen & kruiken was, aangezien na bevestiging van ontvangst van de foto’s we geen enkel contact meer hadden over de betreffende cover. Maar groot was mijn verbazing toen – zo’n anderhalve maand – later ik uiteindelijk ‘mijn’ eerste CardPlayer Europe onder ogen kreeg. Het was in Kopenhagen toen EPT baas John Duthie lachend op mij af kwam lopen het tijdschrift in zijn hand, met de onderkoelde opmerking: “Gee Rolf, you do know how to promote yourself, don’t you?” Wat bleek: De directie uit Amerika had volledig buiten mijn weten om besloten hun nieuwe Bureau Chief op de cover te zetten onder de vermelding “Dutch Champion Rolf Slotboom”. Men had daarvoor de hi-resolution pic gebruikt die ik van mezelf had opgestuurd voor mijn maandelijkse “From the European Bureau Chief” stuk op de beginpagina’s van het blad. De directie bleek te hebben overlegd, en zonder mij daarvan te verwittigen hadden ze besloten strikt vast te houden aan het CardPlayer beleid om altijd slechts één persoon op de cover te hebben. En omdat ik de nieuwe man was, afkomstig uit Nederland, net Nederlands Kampioen geworden, en bovendien ook nog eens direct gelieerd aan het hoofdverhaal van de betreffende uitgave (over de Master Classics), vond men mij uiteindelijk het beste alternatief.

En ja, natuurlijk was ik trots als een pauw – jezelf terug te zien op een internationale cover is een grote streling van het Ego, kan ik U verzekeren. Echter, het feit dat ik op de cover stond als zijnde “Dutch Champion” (prijzengeld: een magere €16,284) en dus niet de net-gekroonde Wereldkampioen Joe Hachem (prijzengeld: liefst $7,500,000!), tja dat heeft natuurlijk menig wenkbrauw doen fronsen. Het was voor velen dan ook het ultieme bewijs van mijn ego-mania. Echter, het verhaal zoals het hier staat beschreven is de exacte waarheid – namelijk dat ikzelf minstens net zo verrast was als ieder ander.

Kortom:

In deze lange column ben ik uitgebreid ingegaan op enkele hardnekkige geruchten die over mij de ronde doen / deden. Zoals U kunt zien: De meeste aantijgingen zijn niet juist, of slechts gedeeltelijk juist. Wat natuurlijk niet wegneemt dat er ook genoeg kritiek bestaat over mij die wel precies klopt, hoor.

Maar goed – daarover misschien meer in een volgende column.