Mijn eerste jaren als pokerprof was ik een pure cash game grinder oude stijl. Dat wil zeggen: Ik was vrijwel iedere dag in het casino, gedroeg me keurig, en speelde alleen in de softe cash games volgens een superstrakke tactiek – wachtend op die ene tophand waarmee ik door mijn zwakke tegenstanders zou worden afbetaald. Iedere dag, week of maand een vrij bescheiden winst boeken, dat was het idee – en inderdaad, al die kleine winstjes bij elkaar hadden zich aan het eind van het jaar eigenlijk altijd wel uitgebreid tot uitstekende cijfers.
Toen ik een eenmalig uitstapje richting het toernooipoker maakte, kon ik mijn strakke en nogal nitty cash game imago enigszins te gelde maken. Gebruikmakend van een op dat moment in het toernooipoker vrij ongebruikelijke kamikaze-tactiek, beukte ik me naar de winst in de Holland Casino Pokerkampioenschappen. Plannen om verder te gaan in het toernooipoker had ik echter niet, omdat het cashgamen mij te lief was, en omdat ik bovendien erg veel jobs had aangenomen als schrijver / columnist / reporter – en die waren simpelweg niet te combineren met live toernooipoker.
Toen ik na mijn bekende conflict met Simpel Media in 2006 alsnog actief werd als toernooispeler, maakte ik in mijn tot dan toe grootste toernooi ooit (het Main Event van de Master Classics) wederom gebruik van mijn overrompelings- danwel kamikaze-tactiek. Ik speelde dit event niet om een mooie cash te halen of om ver te komen, nee ik had slechts één enkel doel: winnen. Dus na wel gewoon strak te zijn begonnen op dag 1 en 2, besloot ik dat vanaf het moment dat op dag 3 de antes substantieel werden, ik als een totale maniak tekeer zou gaan om zo mijn kansen op winst te maximaliseren – zelfs als dit enigszins ten koste zou gaan van mijn verwachtingswaarde danwel EV voor dit event.
Men kende mij niet meer terug! Wat was er toch gebeurd met die altijd rustige, kalme, nooit-out-of-line-jongeman die bij showdowns eigenlijk altijd wel de beste kaart had? Want nu zat er ineens een totale wildeman in die zelfde stoel. Iemand die als een dwaas al zijn geld erin zat te pompen, die bij showdowns eigenlijk steeds achter lag en die dan als een zultkop tegen de dealer luidkeels ging roepen om kleine kaartjes of heel veel schoppetjes… en die ze dan door een mirakel meestal ook nog kreeg. Met andere woorden: Beste Rolf toch… What went wrong?
Nou ja, in alle eerlijkheid eigenlijk niet zoveel. Aangezien dit het eerste grote toernooi in Nederland was dat op prime time werd uitgezonden, wist ik dat er niet alleengrote waarde zat in het winnen van dit event, maar ook in het simpelweg met gedurfde, gekke of aparte acties mijzelf bekend maken in de huiskamers van Nederland. Met soms wat irritant gedrag, maar toch vooral met kleurrijke acties, leuke one-liners en een heel aparte speelstijl, zat eigenlijk iedereen wel aan de buis gekluisterd. Zo was de naam van Rolf de Maniak in één klap gemaakt.
Het was in deze setting dat de beruchte 5
4
“Kleine Schoppetjes” hand zich afspeelde. Ik had me van de absolute shortstack in slechts een paar handjes tijd opgewerkt naar een licht bovengemiddelde stack, met nog zo’n 17 spelers over. Toen de enige twee spelers die mij hadden gecoverd hun kaarten hadden gefold, besloot ik maximale druk te zetten op alle overgebleven spelers. De blinds waren net omhoog gegaan naar 4,000-8,000, met ook voor het eerst een echt serieuze ante (1,000). Met een stack van ongeveer 220,000 besloot ik een gigantische, ja mogelijk zelfs belachelijke open raise naar zo’n 88,000 te maken. Ik dacht: Als ik de 21,000 aan blinds & antes aan mijn stack kan toevoegen, en zo mijn stack verder kan vergroten ten opzichte van de spelers links, dan kan ik vanaf dat moment in alle potjes dat de twee grote stacks rechts van mijn hebben gepast, een echte bully-tactiek toepassen. Immers,ik zou dan mijn opponenten links altijd de druk laten voelen van het moeten spelen voor de hele stack. En dat gezeten aan de TV-tafel, waarbij een vroege uitschakeling een prijs van misschien slechts €18,000 of €20,000 zou opleveren, terwijl de eerste plek niet minder dan zeven ton was! Ik dacht: In deze situatie is geen mens zo gek om met minder dan AK of een paar tienen zijn geld erin te gooien.
Maar dat had ik dus niet goed gezien! Want met slechts een AT offsuit besloot Menno Vlek mijn gigantische open raise all-in te reraisen naar zo’n 180,000. Misschien was uiteindelijk mijn belachelijk grote raise dan toch nog niet groot genoeg geweest. Want later bedacht ik me dat Menno hier waarschijnlijk dacht nog fold equity te hebben. Terwijl als ik gewoon meer dan 100,000 had gemaakt, hij wist dat hij feitelijk all-in aan het callen was met zijn – zeker in dat geval zeer marginale – hand. Ihad n dat geval waarschijnlijk gewoon zijn AT gefold had. Hoe dan ook, met mijn 5
4
had ik zelfs tegen een groot pocket paar nog bijna de juiste odds om te callen, en zeker als er dus ook een kans bestond dat mijn opponent hier niet met een paar zat, was folden natuurlijk geen optie meer.
Na heel wat show & theater van mijn kant (“Ai ai ai, wie is er nou ook zo stom om met totale bagger zo’n belachelijke open raise te maken? Nou ja, dan ga ik er nu ook maar volledig voor, jongen – ik ga proberen met mijn vijf hoog je azen te kraken”) en nog meer show toen ik zijn AT zag (“Oooooh! Kijk eens aan, we zijn live – één vijf of één vier is gewoon genoeg! Héél veel schoppetjes & kleine kaartjes. Loeki, je kan het, concentreer je. Heel veel schoppetjes!”), was het iedereen wel duidelijk – hier waren twee dwazen aan het werk. Maar tegelijkertijd waren Menno & ik hier natuurlijk wel prachtige TV aan het maken. En voeg daarbij het spelverloop waarbij we beiden niets flopten, Menno vervolgens al enigszins juichend wegliep toen de T
op de turn hem top paar gaf (om meteen daarna te zien dat ik een backdoor flush draw had opgepakt), en waarbij ik met alle positive reinforcement die ik in me had ook inderdaad die derde schoppen op de river wist ‘op te roepen’. Een golf van verbazing ging door het publiek, Menno sloeg keihard met zijn vuist op tafel, de toeschouwers (waaronder zeer veel jongens met financiële belangen omdat ze procenten in Menno hadden) waren woest, en ik kon mijn ogen niet geloven. Met absoluut kamikaze-poker had ik mijzelf gebeukt naar de chiplead, en mijn eerste grote internationale toernooititel leek ineens dichterbij dan ooit.
(Die ik uiteindelijk toch niet zou winnen helaas, niet in de laatste plaats door dat andere legendarische potje – waarbij met slechts 5 spelers over ik mijn A
K
niet overeind wist te houden tegen Alex Jalali’s A
K
, tegen de enige speler dus met (net) meer chips dan ik. Met liefst 2.25 miljoen in het midden van de slechts 3.4 miljoen totale chips in play (!) verloor ik de-pot-die-ik-eigenlijk-nooit-kon-verliezen – middels een dramatische runner runner schoppen flush).
Hoewel zowel de kijkcijfers als de amusementswaarde van de Master Classics uitzendingen geweldig waren, was pokerend Nederland toch vooral woest over het vermeende onrecht in die “Kleine Schoppetjes” pot. En hoewel ik in deze hand inderdaad verre van perfect had gespeeld, was het toch ook wel duidelijk dat ik niet alleen maar geluk had gehad. Immers, een overagressieve strijdwijze gekoppeld aan een juiste handselectie kan wel degelijk van grote waarde in toernooien zijn, vooral omdat met slechts 1 of 2 keer geluk in de reuzenpotjes, je eigenlijk direct een grote kandidaat bent voor het winnen van de titel – en daar gaat het natuurlijk allemaal om.
Toen ik in 2007 voor het eerst naar de WSOP ging, had ik mijn kamikaze-tactiek ingeruild voor een veel conservatiever strijdwijze, maar nog steeds één waarbij ik op bepaalde momenten bereid was een groot percentage van mijn stack te riskeren met relatief marginale handen – en dan vooral als ik zelf all-in zou kunnen (re)pushen. En ja hoor, toen ik bracelet winnaar Eric Fröhlich wist uit te schakelen met mijn trademark suited connectors, dit keer 9
8
tegen zijn AK (waarmee ondanks mijn tot dan toe extreme tightness hij mijn gigantische reraise insta-callde), toen was wederom de wereld te klein. Hoewel ik ook dit keer eigenlijk niet zo heel veel fout deed, en feitelijk precies dat deed waar de profs zo’n hekel aan hebben (preflop voor het blok worden gezet in een reuzenpot, en voor het toernooileven, tegen iemand die ze niet goed kunnen inschatten) werd ik dit keer in de internationale pers Donkey Kong gelabeld – omdat ik als een ezel mijn geld erin zou hebben gegooid.
Mij er volledig van bewust dat ik vanaf dat moment niet alleen meer in Nederland, maar nu ook internationaal als een totale maniak werd gezien, wist ik dat de push-met-niets vanaf nu nog maar zelden succesvol door mij zou kunnen worden toegepast. Vanaf dat moment greep ik dan ook terug op een meer verfijnde en ook strakke kleine-potjes tactiek, waarbij mijn overpushes gewoonlijk alleen nog maar met big hands plaatsvonden. En hoewel ik dus nu eigenlijk gewoon weer terugben bij eenzelfde superstrakke en nitty tactiek als in mijn cashgame jaren van vroeger – de reputatie van Rolf de Maniak heeft er nog maar nauwelijks onder geleden.
Iedere week verschijnt de column van Rolf Slotboom op PokerCity. Rolf is een van Nederlands beste pokerspelers en tevens een internationaal gewaardeerd schrijver van pokerboeken en artikelen.









