Mijn eerste jaar als live toernooispeler zit er bijna op. Met uitzondering van mogelijk nog één uitstapje naar de EPT Praag, is het pokerjaar 2008 nu wel zo’n beetje voorbij. Tijd om de balans op te maken – en te kijken wat er nu precies goed was, en wat niet.
Het jaar begon rustig met twee vlees-noch-vis cashes bij de EPT Kopenhagen en de EPT San Remo. Ze stelden misschien in absolute zin niet zo heel veel voor, maar aangezien in de ogen van mijn sponsor ik mogelijk één van de ‘lichtere’ spelers uit het team was, was het goed voor mijn positie dat ik direct begon met presteren waar enkele anderen het lieten afweten. Bovendien genereerde ik ook veel publiciteit – en dat is iets waar sponsoren gek op zijn natuurlijk.
Nu ik mezelf wat betreft cashes op de internationale toernooikaart had gezet, vond ik dat het tijd was om te proberen iets dieper te komen dan slechts de ‘standaard’ 30e of 40e plaats. Ik wilde iets meer risico gaan nemen en iets actiever spelen om zo mijn kansen op een daadwerkelijke toernooiwinst substantieel te vergroten. Immers, ik wist dat ik misschien maar één jaar de tijd zou hebben om mij internationaal te laten zien, en dat doe je natuurlijk veel beter met een zege dan met een serie aardige cashes. Hoewel deze tactiek in de EPT Grand Final van Monaco nog niet direct vruchten afwierp, bleek ik wel succesvol in het €1,000 side event. Na een toernooi waar ik in de beginfase feitelijk fout op fout stapelde maar ermee wegkwam, behaalde ik uiteindelijk mijn beste buitenlandse toernooiresultaat van het jaar met een meer dan verdienstelijke derde plaats. Er had feitelijk nog meer ingezeten omdat ik three-handed in een pot voor ruim de helft van alle chips in play de beste hand niet staande kon houden. Maar gezien het fortuin dat ik in de beginfase van het toernooi had gehad, vond ik dat ik mij daarover niet te veel mocht beklagen.
Vervolgens was het tijd voor Vegas. Had ik bij mijn eerste WSOP ooit (in 2007) toch vooral heel degelijk gepresteerd met 4 cashes in 19 events maar geen diepe finishes, dit keer hoopte ik iets meer te kunnen pieken. Mijn doel: Misschien iets minder vaak in het geld komen, maar juist door iets actiever te spelen mijn kans op een bracelet of in ieder geval finaletafel te maximaliseren.
Dat was dus het plan – maar de werkelijkheid zou heel anders blijken. Na een vliegende start had ik binnen twee weken liefst vijf cashes op mijn naam, en zo kwam het all-time number of cashes record (dat op 8 stond) ineens binnen handbereik. Helemaal toen Rob Hollink de eerste Nederlandse bracelet ooit had gewonnen, en mijn plannen om op dat gebied historie te schrijven dus direct de prullenbak in konden, besloot ik me toch weer iets meer op het cashen te gaan richten. Zeg, zoals ik altijd al had gedaan: Vanuit een gesloten defensie opereren, eerst de cash veilig stellen, en pas van daaruit bekijken of er misschien nog wat meer mogelijk was. Na wat pech in de eindfase van het PLO Championship event waarop ik mijn zinnen had gezet, en na slecht spel van mij in zowel het pot-limit hold’em als Omaha/8 event (waar ik in beide gevallen veel te lichtzinnig was omgesprongen met mijn grote stack – omdat ik te vroeg in het event al vond dat ik moest ‘spelen om te winnen’), bleef de teller voor mij uiteindelijk steken op 7 cashes. Aangezien daar ook het Main Event bij zat (voor mijn tweede $20k+ cash deze Series), kon ik uiteindelijk met een gematigd tevreden gevoel terugkijken op mijn 2008 WSOP. Weliswaar was ik geen enkel event ook maar in de buurt geweest van een finaletafel, maar ik had het financieel heel behoorlijk gedaan, ik had nu twee opeenvolgende cashes in het Main Event (2 uit 2 dus), en ik was ook pas de derde Nederlandse speler ooit met meer dan 10 cashes op zijn naam – en dat in slechts twee jaar World Series.
Na terugkomst uit Vegas stelde ik mezelf een nieuw doel: proberen om voor het eind van het jaar de half miljoen dollar in all-time prize money voor de live toernooien te passeren. Echter, de problemen met mijn sponsor staken hier een stokje voor. De resterende EPT’s van dat jaar die ik volgens mijn contract gewoon zou spelen, kreeg ik ineens niet meer vergoed – en ik besloot ze dan maar links te laten liggen in plaats van met mijn eigen geld op pad te gaan. Ik speelde dus alleen nog de EPT Barcelona (waar de veelbesproken hand met Ruben Visser plaatsvond), en liet de EPT’s in Londen, Boedapest en Warschau aan mij voorbij gaan – evenals de WSOP-E in Londen. Mijn laatste mogelijkheden tot het boeken van live prestaties bestonden nog slechts uit toernooien dicht bij huis: de Dutch Open, het Belgisch Kampioenschap en natuurlijk de Master Classics.
Gelukkig wist ik bij de Master Classics mijn goede en solide lijn van eigenlijk de laatste twee jaar door te zetten. Ook nu kwam ik weer diep in twee toernooien, al nam ik eigenlijk net als het jaar ervoor ook nu weer net iets teveel risico aan de finaletafel van het €1,000 PLO event – waardoor ik uiteindelijk met een toch wel teleurstellende 9e plek genoegen moest nemen. In combinatie met mijn degelijke resultaat in het Main Event (waar het mij bepaald niet meezat wat betreft de showdowns, maar waar ik uiteindelijk toch een verdienstelijke 21e plek wist weg te slepen), mocht ik al met al niet mopperen over de uiteindelijke opbrengst.
Resteert voor mij dus nog slechts één laatste event dit jaar, de EPT Praag – al bestaat de kans dat ik ook die gewoon laat lopen om mij volledig te focussen op het schrijven van het nieuwe PLO boek. Alvast terugkijkend ben ik zeker niet ontevreden. Immers, mijn totaal behaalde prijzengeld is dit jaar hoger dan het beste jaar tot nu toe (2007), en ook hoger dan het jaar waar ik mijn finaletafel van het MCOP Main Event had (2006). Ik sta dan ook ruim binnen de top 10 op de Nederlandse all-time prize money list, en ook dat is natuurlijk niet slecht voor iemand die eigenlijk pas sinds kort actief is in het internationale toernooipoker.
Reden voor een kritische blik is er echter ook. Zo overstijgen dit jaar mijn prijzengelden maar nauwelijks de kosten voor de buy-ins, en in dat opzicht heb ik het dit jaar juist veel slechter gedaan dan vorige jaren – toen ik vergelijkbare prijzengelden behaalde met veel minimaler middelen. Bovendien heb ik dit jaar wederom geen enkel live toernooi gewonnen. Was ik in 2007 nog tweemaal tweede (zoals bij de Poker Royale Masters in Wenen, waar ik het Main Event verloor van Andreas Krause, nadat hij heads up liefst zeven opeenvolgende all-ins preflop tegen mij wist te winnen!), dit keer bleef ik dus steken op slechts een derde plek. En derhalve blijven mijn overwinningen in de Dutch Open van 2005 en het PLO event van de TSOP 2006 tot nu toe mijn enige ‘tastbare’ overwinningen van enige importantie.
Wie weet kan ik daar de komende jaren nog iets aan toevoegen – ik hoop daarbij eigenlijk vooral op een zege in een prestigieus buitenlands toernooi. De kans is echter groot dat ik het komend jaar misschien zonder sponsor zal moeten ingaan, en dat zal natuurlijk gevolgen hebben voor het aantal buitenlandse trips dat ik kan en wil maken.
Ondanks deze mogelijke tegenslag hoop ik ook in de komende jaren enigszins in lijn met de laatste paar jaar te blijven presteren. Want dat ik de smaak van het internationale toernooipoker inmiddels flink te pakken heb gekregen – tja, dat is wel duidelijk.
Toernooiresultaten Rolf door de jaren heen:
http://pokerdb.thehendonmob.com/player.php?a=r&n=220
Statistieken onderverdeeld per jaar:
http://pokerdb.thehendonmob.com/player.php?a=s&n=220
Nederlandse all-time money list:
http://pokerdb.thehendonmob.com/ranking/208
Iedere week verschijnt de column van Rolf Slotboom op PokerCity. Rolf is een van Nederlands beste pokerspelers en tevens een internationaal gewaardeerd schrijver van pokerboeken en artikelen.









