LIVE REPORTING POKERNIEUWS

 

Het is alweer een week geleden, maar m.i. belangwekkend genoeg om het nogmaals over te hebben: de Dutch Open. Toch een beetje het zorgenkindje van het HC, want: al drie keer van plek veranderd, en ook al drie keer van structuur. En dat in slechts zes jaar tijd!

Duidt allemaal niet op een heel coherente visie natuurlijk. Eerder geeft dit het idee dat het HC ook niet precies weet wat het nu met dit ene losse toernooi aanmoet. Enkele dilemma’s van de laatste jaren waarvoor men zich geplaatst zag:

  • Voorrondes of gewoon één enkel toernooi?
  • Amsterdam, Breda of Rotterdam?
  • Moet het nu een echte test zijn van skill onder een relatief beperkt aantal Nederlandse toppers, of toch een breed toegankelijk toernooi?

En daarbij komt nog dat ook pokerend Nederland nog wel eens wil schamperen over deze titel ‘die helemaal geen echte titel’ zou zijn.



Weinig liefde dus voor dit officieuze Nederlandse Kampioenschap! Maar zoals zo vaak, zie ik dit allemaal net even anders. Ik vind: ieder toernooi wat je kunt winnen is er één. En een toernooi winnen waar bovendien de naam “Nederlands Kampioen” aan wordt vastgeplakt… tja, dat is helemaal de moeite waard.

Liefde voor Dutch Open wordt niet beantwoord

Het was vooral om deze reden – proberen de allereerste two-times winnaar van deze Dutch Open te worden – dat ik besloot het gelijktijdig gehouden Belgisch Kampioenschap in Namur aan mij voorbij te laten gaan. Dit ondanks het feit dat het toernooi bij onze zuiderburen meer deelnemers heeft, een hogere buy-in, en bovendien een substantieel hoger percentage aan deelnemers die gevoeglijk tot de categorie ‘dood geld’ kunnen worden gerekend.

Maar ik koos dus voor Rotterdam! Om bij aankomst er direct achter te komen dat mijn liefde richting deze Dutch Open klaarblijkelijk niet geheel beantwoord werd. Immers, op de door het gehele casino verspreide reclame-uiting over de voormalige winnaars van dit event, ontbrak nota bene de eerste winnaar ooit – ikzelf! Tientallen columns heb ik toch volgeschreven over dit huzarenstukje, en te pas en te onpas heb ik mijn titel “Eerste Nederlands Kampioen Ooit” wensen te benadrukken. Maar kennelijk zijn de reclamemakers van het HC geen al te trouwe lezers van mijn werk, en besloot men deze prestigieuze ere titel te vergeven aan… ene Ramon Elting.

Zoals de scherpe lezer direct zal opvallen: Niet alleen mijn naam ontbrak op deze reclame-uiting (en op het bijbehorende tv-spotje dat continu werd afgespeeld op de grote plasmaschermen van het casino), ook mijn opvolger Steven ten Cate heeft kennelijk geen blijvende indruk achtergelaten bij de powers that be. Ene Jan Bakker wel!

Een mooie theorie hierover, verwoord door Pieter Salet in het door mij zeer gewaardeerde wekelijkse stukje TwitterCity: De mooiste theorie achter de verkeerde winnaars bij de jaren 2005 en 2006 op de Dutch Open Banners in het HC Rotterdam (waar ook de chefs aldaar raar van stonden te kijken toen ze binnenkwamen) kwam van ons aller Pitboss (nooit te beroerd een theorie te bedenken). Hij vermoedde dat er gewoon tijdelijk verzonnen namen waren neergezet, die dan nog moesten worden vervangen door de juiste. Zo zou Ramon Elting een combinatie van Raemon Sluiter en Jacco Eltingh zijn, en Jan Bakker (de winnaar volgens de banners in 2006, de echte was Steven ten Cate) een combinatie van Jan Siemerink en Thiemo de Bakker!

Maar goed, waar gehakt wordt vallen spaanders – en dus nam ik deze kleine nalatigheid van het casino aan als een gegeven, en niet als iets om mij al te druk om te maken. Om mij vervolgens simpelweg te richten op warvoor ik gekomen was: het poker!

Mijn optreden in deze zesde Dutch Open uit de geschiedenis was er echter niet één om erg trots op te zijn. Sterker – hij viel zonder enige twijfel in de weinig begerenswaardige categorie tournoi sans histoire. Maar ik kon hierbij niemand anders dan mijzelf de schuld geven, want ik speelde twee belangrijke handen uiterst matig uit. En omdat lezers van deze column gewoonlijk graag willen horen over mijn miskleunen (al dan niet uit enig leedvermaak!), bij dezen uitgebreid een beschrijving van deze beide handen.

Hand 1: Pot laten liggen / kans op succesvolle bluf gemist

We zitten in de beginfase van het toernooi. Beginstacks 10k, blinds 20-40. Waar ik normaal gesproken altijd ultra-tight aan een toernooi begin, heb ik het plan om vandaag in positie iets actiever te zijn dan normaal. Maar mijn opponenten weten dit nog niet, want ik klets even tight & nitty als altijd.

Een speler die vaker heeft gelimpt, open limpt nu UTG. Iedereen foldt naar mijn button, en ik raise naar 210 met T 6 – om hem te isoleren met positie, en hem op de flop te inducen tot het spelen van check/fold. Ik verwacht dat de vrij tighte blinds easy zullen folden, maar na enig denken reraist de small blind naar 610. Minder dan drie keer mijn initiële bet dus. En uit positie met diepe stacks lees ik dit als een teken van grote kracht, met een dikke kans op QQ+. Gezien mijn goede positie en ‘surprise hand’ (niet het type hand waarmee mijn opponent verwacht dat ik zou raisen, en al helemaal niet het type hand waarmee ik een reraise zou callen) besluit ik 4% extra van mijn stack te investeren en de flop te zien.

De flop komt 8 7 4, wat mij een nogal ‘verborgen’ dubbele belly buster geeft. (Elke 5 of 9 maakt een straat.) Mijn opponent bet stevig door: 1,100. Hoewel ik ‘maar’ 8 outs heb voor mijn straat en dan ook nog eens zwaar contaminated outs (niet-nut straat, met een 5 bovendien een één-kaart-straat, en met de 9 en 5 maak ik weliswaar mijn straat maar ligt er ook een flush op tafel), moet ik dit zien als een goede flop, en kan ik niet wegleggen. Immers:

  1. Indien mijn opponent inderdaad AA of KK heeft, zal hij mij vol afbetalen als ik mijn straat maak – omdat mijn kaarten verborgen zijn, en omdat hij weet dat ik de lage / connected kaarten zou kunnen gebruiken om kracht te representeren.
  2. Als er een schoppen komt, zijn er misschien blufkansen. Dat wil zeggen: Bij een schoppen op de turn zal hij waarschijnlijk check-call spelen met een overpaar, om dan op de river tegen een grote bet / all-in bet te check-folden. (Risico: dat mijn opponent hier zelf iets van A K heeft en ik dus tegen de nuts zit in te bluffen, of dat hij heads up gewoon weigert een overpaar weg te leggen – hoe tight ik ook ben, hoe diep ook het geld, en hoe logisch ook mijn flush.)
  3. Indien mijn opponent toch een non-pair hand zou hebben (wat ik niet heel erg verwacht), is de kans groot dat na mijn flop call hij het op de turn opgeeft en check / fold speelt. Onder het motto: Ik vuur nog 1 keer op de flop, maar als Rolf dan nog steeds callt, is voor mij de hand over.

De turn is de 8, en dit paart dus de topkaart van de flop. Mijn opponent bet nogmaals – 1,700 dit keer. Voor de eerste keer in deze pot begin ik te vermoeden dat hij misschien niet de hand heeft die hij representeert. Hij lijkt wat nerveuzer, en ik voel wat zwakte. Daarbij zouden veel spelers in deze spot ook liever check-call spelen met AA of KK dan zelf uit te betten, a) uit angst dat ik een derde 8 heb, b) in de verwachting dat ik met iets als 99, TT, JJ of QQ na een check wel zelf zal betten, of c) om mij gewoon ruimte te geven een (semi-)bluf te maken. Echter, ik ken de speler niet goed genoeg om dit allemaal zeker te weten – dus geef ik een overpaar toch nog steeds een heel reële kans.

Ik denk aan raisen om de derde 8, danwel een full house (geflopte set) te representeren, en om hem zo dat overpaar zo te laten wegleggen. Maar deze raise lijkt mij net iets te ‘obvious’. Immers, een set zou ik zeker op de flop raisen om tegen zijn waarschijnlijke overpaar alles op de flop erin te krijgen, en een 8… tja, daar zet hij mij natuurlijk niet zo snel op! Immers, een belangrijke reden dat ik met deze crummy kaarten in de pot zit is juist dat hij ze niet bij mij verwacht – en dan moet ik natuurlijk niet op de turn ineens een move maken om ineens zo’n andere crummy kaart (die hij ook niet bij mij verwacht) te representeren. Ik vrees dat bij een (all dan niet all-in) raise van mijn kant hij met AA of KK zal zeggen: “Fuck it, als mijn tophand gekraakt is, nou ja dan moet het maar: all-in!” – waardoor ik ineens heb zitten semi-bluffen met slechts 8 outs, en nog maar 1 kaart te komen. Bovendien: als ik nu raise op de turn, ontneem ik mijzelf een perfecte bluff spot op de river. Na twee calls van mijn kant zal hij mij nog sneller op een sterke flush draw, premium straat draw of zelfs al gecompleteerde full house zetten dan alleen na die eerste call. Kortom: ik verwacht nog steeds op mijn ‘onlogische’ straat kaarten te kunnen worden afbetaald. (Immers, een 9 lijkt gutshot voor JT – en die zal hij dus niet erg logisch achten. Een 5 lijkt een gutshot met iets als 66 of 76 – waarvan hij verwacht dat ik die op de turn wel zou folden.) Plus: De flush kaarten kan ik nu extra geloofwaardig bluffen! Een situatie zoals ik eigenlijk uitgebreid in mijn eerste pot-limit Omaha boek beschreef (pp. 197-200, practice hand 5), waar raisen op de turn erg slecht is als a) het lijkt op de semi-bluf die het ook is, b) de river kaarten die je helpen in de ogen van de opponent ongevaarlijk lijken en dus kunnen zorgen voor een goede payoff, en c) de river kaarten die je niet helpen zo gevaarlijk zijn in de ogen van je opponent dat ze een perfecte bluf spot bieden.

Om al deze redenen call ik wederom op de turn – waarna de river dubbelpaart met de 4. Mijn opponent checkt, en het is aan mij: ga ik bluffen of niet? Na enig denken besluit ik het niet te doen. Hoewel ik steeds meer ben gaan twijfelen over mijn opponent zijn kracht, zou een bet hier van mijn kant simpelweg niet logisch zijn. Immers, dat zou ik alleen doen met een geslowplayde full house – en die hand is natuurlijk een stuk minder logisch dan een busted straat of flush draw! (En elke bet die ik in deze spot zou maken, zou derhalve zeer vaak worden gecalld – en al helemaal dor een big pair.)

Ik besluit terug te checken, om mijn opponent de wel erg marginale A J te zien opendraaien. Een afschuwelijke hand om uit positie te reraisen met het geld zo diep! Maar hoe slecht zijn hand ook, en hoe roekeloos de door mijn opponent gekozen situatie: ikzelf had de hand nog veel slechter gespeeld. Al mijn beslissingen waren misschien verdedigbaar vanuit het perspectief dat mijn opponent hier bijna zeker AA of KK moest hebben, en vanuit de gedachte “ik moet niet tijdens de pot mijn read op de opponent veranderen omdat dit mij dit in de betting nu ineens wel uitkomt”. Maar feit was dat ik nu niet tegen AA of KK bleek te zitten… maar tegen totale poep. Een hand die ik zowel preflop, op de flop, op de turn en op de river er met speels gemak had kunnen uitdrukken. En die ik nu met aas hoog een gigapot liet winnen in een showdown – simpelweg omdat ik weigerde de trekker over te halen.

Hand 2: Niet de durf hebben om te luisteren naar mijn (goede?) read

Na deze pot was ik teruggezakt naar ongeveer 6,000. En met de blinden nog slechts 20-40 was ik dan wel dik benedengemiddeld, maar gerekend naar mijn M had ik nog steeds een uiterst dikke stack. Mijn stack langzaam opgewerkt naar 8,200 in drie potjes zonder showdowns, werd mijn tafel opgebroken.

Met de blinds 70-140 kreeg ik direct een free play in mijn big blind. Vijf spelers, 700 in de pot. Mijn hand: 75 offsuit. De flop kwam A87 met twee schoppen, en ik zat klaar om te check-folden. Maar de open limpers checkten razendsnel, en ook een Marokkaanse jongen (die gewoonlijk licht zet als er naar hem wordt toegecheckt) checkte op de button.

De turn kwam nog een A; board nu dus A87A met twee schoppen. Terugdenkend aan de flop actie, leken de twee snelle checks van de open limpers mij oprecht, en ook de check als laatste van de button leek een oprecht teken van “ik heb niets”. Kortom: denkend dat er een gerede kans was dat mijn marginale hand misschien wel goed was, en beschermd door de twee azen op het board met de wetenschap dat vrijwel zeker niemand de derde had, besloot ik tot een klein prutbetje: 220. Precies ook het soort bet wat ik hier zou maken met een aas, en een mooie manier om mijn opponenten goedkoop uit de tent te lokken.

De tweede openlimper callde, en daar was ik niet blij mee. Hij kon makkelijk iets hebben als een 8 of een 7 met betere kicker, beide handen die mij nipt klopten – en in zo’n kleine pot als dit had ik weinig trek om hem op de river van dit soort handen af te bluffen. Maar toen raiste ineens de Marokkaanse jongen op de button, een voor deze pot nogal kleine raise naar 760. Een bet die geen enkele sense maakte! Immers, ik representeerde de derde aas – en hij kon deze derde aas bijna zeker niet hebben, gezien zijn speelstijl i.c.m. zijn flop check. En een full house leek al helemaal out of the question, aangezien hij dan op deze straat- en flush- gevoelige flop als laatste had moeten checken met een set of two pair. Zeer onwaarschijnlijk! Heel misschien dat hij op de turn nu met een 8 voor informatie zou raisen, maar ook dat leek mij vrij onlogisch – omdat hij ook met een 8 vrijwel zeker al op de flop zou hebben gezet. En zelfs al had hij die 8 daar toen gecheckt en nu geraist, dan zou hij daar alsnog niet heel veel heat mee kunnen weerstaan, wetende dat hij mogelijk drawing dead was tegen mij.

Ik dacht in eerste instantie simpelweg deze raise te callen. Maar omdat de verhoging maar klein was, zou ik met een call mogelijk de limper in de pot houden – en hij was juist de speler die ik het meeste vreesde. Ik besloot daarom te doen wat ik ook zou hebben gedaan als ik drie azen had: een kleine reraise naar 1450. Voor weinig chips maximale kracht uitstralen dus – een move die bij een tighte speler als ik gewoonlijk vrij succesvol is.

De limper paste, en nu maakte de Marokkaanse jongen ineens een superkleine reraise naar 2500. Een move in lijn met een absoluut monster – maar hoe kon hij die in hemelsnaam hebben? Heel misschien heeft hij toch de derde aas / no kicker, dacht ik even – maar dan zou hij zijn hand wel heel vreemd hebben uitgespeeld. Kortom, ik dacht nog steeds dat hij hier wel moest bluffen. En toch leek een reraise all-in mij niet gepast. Want dan zou ik mijn hand ineens omzetten in een bluf – terwijl ik met mijn paartje zevens juist een bluff catcher had. Ik besloot te callen, en checkte blind op de river.

Die river was een 4 voor een board A87A4 – en nu zette mijn opponent insta all-in! Ik ging in de tank om het wel zeer onlogische betpatroon van mijn opponent te analyseren. In het kort: ik geloofde er geen bal van! Het had alle schijn van het aloude “de tighte Rolf uit de pot proberen te drukken met een dikke bet”. Maar zou mijn opponent dat hier echt willen doen, en in totaal ruim 8,000 aan chips wegbluffen in een ongeraist potje zonder antes – en dat alles na vrij significante actie van een tightass als ik, met twee azen op het board?

Na heel lang denken & praten besloot ik niet te gaan met mijn read, maar te passen. Mijn redenen:

  1. Ik had mijn eigen hand ook zwaar overgerepresenteerd. Misschien dat mijn 7 / no kicker niets eens al zijn blufhanden zou kunnen verslaan!
  2. Als ik hier zou folden had ik nog ruim 5k over, met blinds 70-140 en zonder antes aan een vrij softe tafel. Zou ik dan werkelijk hier zo’n riskante / marginale beslissing moeten nemen terwijl ik later mijn stack veel risicolozer zou kunnen opbouwen?

Maar toen ik weggooide, en mijn opponent trots een opponent 1 kaart liet kiezen, wist ik al hoe laat het was. (Die kaart bleek een 5. Later vertelde de jongen dat hij pocket vijven had en mij ‘gewoon niet geloofde’.)

Kortom: ik had een uitstekende read gehad, maar niet het vertrouwen gehad om op deze read te vertrouwen toen het er echt om ging. En dat is natuurlijk een kardinale fout!

Front row kijken naar de nieuwe Nederlandse Kampioen

Voordeel van mijn relatief vroege uitschakeling (als 97e van de 200): dat ik nu Nicky Roeg kon helpen met de live reporting / live stream. En vanuit die positie was ik first-hand witness hoe mijn vermeend nemesis Lex Veldhuis zich op uiterst knappe wijze naar de titel speelde. Zonder welke vorm van blow-up of overspeelde handjes, nee zelfs met een uiterst knappe reactie op het misfortuin wat hij had aan de finaletafel (twee cruciale flips verloren, plus een mislukte maar goede river bluf voor 70% van zijn stack die werd gecalld), vocht hij zich op uiterst rustige wijze terug na tegenslag. En gebruikmakend van zijn prima reads op de verder ook uistekend spelende Sybe Smit, wist hij zijn naar eigen zeggen “eerste live toernooiwinst ooit” binnen te halen. Een prachtige kampioen dus voor deze Dutch Open, om niet te zeggen: een waardig opvolger van grootheden als Ramon Elting & Jan Bakker. ;) En met als – in ieder geval voor mij – hoogtepunt van dit toernooi de oprechte vreugde van Lex na het winnen van deze titel. Dat had ik niet helemaal verwacht… maar ik vond het niettemin erg mooi om te zien.

Een (zoals al eerder via mijn Twitter gezegd) uiterst verdiende titel dus – omdat Lex op deze sowieso al sterke finaletafel onder alle omstandigheden zijn rust bewaarde, en zo zijn betere postflop skills maximaal wist uit te buiten. Congrats dus voor deze topprestatie. Niet alleen namens mij, maar namens heel PokerCity.