De allereerste Dutch Open, het (door Holland Casinogeorganiseerde) officieuze Nederlandse Kampioenschap, vond plaats in het najaarvan 2005. Net als eigenlijk bij de jaarlijkse Master Classics, was ik ook nu door het casino ingehuurd als deofficiële verslaggever. Dus zou ik bij de diverse voorrondes aanwezig zijn omde finaletafels te verslaan, en natuurlijk bij de finale in Amsterdam voor een completesfeerimpressie met zo accuraat mogelijke handbeschrijvingen. Vooral om ook eenbeetje ‘sfeer te kunnen proeven’ had ik daarbij toestemming gekregen van hetcasino om bij twee voorrondes ook zelf aande tafels plaats te nemen.
Bij de eerste voorronde inAmsterdam had ik op mijn gebruikelijke (namelijk inhoudelijk sterke en in dekern positieve, maar ook soms kritische) wijze verslag gedaan – en dat werdeigenlijk door vrijwel iedereen gewaardeerd. Echter, een kritisch stukje overhoe Jordy Veenboer vlak voor de finaletafel zijn pocket zevens had gespeeld(hij foldde die hand uit de big blind tegen een open raise van de zeer lossebutton, waarbij ik vond dat Jordy had moeten reraisen of, gezien het niet al tediepe geld, gewoon all-in had moeten gaan), kwam plotseling mijzelf op veel kritiek te staan. ZowelJordy als enkele van zijn vrienden lieten geluiden horen in de trant van: “Tja,die gast schrijft dan wel van alles,en hij heeft over iedereen eigenlijk wel een mening – maar wat heeft hij danzelf ooit in de toernooien gepresteerd?”
En laat ik het zo zeggen: Datwas een geluid wat mij behoorlijk boos maakte. Immers, het was altijd mijn keuze geweest om toernooien links telaten liggen. Ik vond het juist een teken van kracht en niet van zwakte dat ik mestrikt wilde beperken tot het doen van slechts twee dingen: het spelen van cash games, en het schrijven over toernooien. Maar datbetekende niet dat ik het niet kon! Immers, in de korte tijd dat ik me optoernooien had gefocust (in de jaren 1999 en 2000) had ik juist buitengewoongoede prestaties neergezet. Vooral bij de dagelijkse toernooien in Wenen had ikeen geweldige (zelfs tot op de dag van vandaag nog steeds niet overtroffen)serie zeges weten te boeken, en dit kwam echt niet alleen maar omdat ik zogelukkig was. Geïrriteerd door dit – wat ik zag als – een gebrek aan respect,dacht ik: “Ik zal die gasten eens wat laten zien. Ze zullen nog spijt vankrijgen van hun woorden.”
En nadat ik “middels een partijkamikazepoker die menig wenkbrauw deed fronsen” (quote Peter Dalhuijsen) bij delaatste voorronde in Valkenburg mij had weten te plaatsen voor de finale, wistik in die finale het ook inderdaad af te maken. Geholpen door het winnen vanéén cruciale coin flip (met AK tegen Johan Rensink’s JJ) wist ik me met eenserie overbets en uncontested raises naar de winst in dit toernooi te beuken –en mocht ik me daarbij de eerste Nederlands Kampioen ooit noemen. Daar vielnatuurlijk wel wat op af te dingen, hoor. Want zo waren de voorrondes rebuytoernooien (wat de skill factor natuurlijk bepaald niet verhoogt), was de structuurvan de finale vrij slecht, was het gewonnen prijzengeld relatief marginaal(€16,284 plus het geld uit de voorronde), en was die Nederlandse Titel ook nogniet eens een officiële. Niettemin heb ik hem een jaar lang met trots gedragen,in de wetenschap dat ik me in één klap ook in Nederland op de toernooikaart hadgezet.
Hoewel de Dutch Open altijd met veel scepsis is benaderd door de buitenwacht,ziet de voorlopige lijst van winnaars er toch vrij indrukwekkend uit. Deopvolger van mij was PokerCollege’s Steven ten Cate, die in de finale mij erpersoonlijk uitknikkerde. En hij werd op zijn beurt weer opgevolgd door niemandminder dan Peter Dalhuijsen, die op dit moment dus nog de heersend kampioen is.
Vanaf 2 september kan hijproberen zijn titel te verdedigen, want dan gaat seizoen 4 van de Dutch Openvan start. Met dit keer geen rebuy-voorrondes maar gewoon freeze-outs, met eenmaximum van slechts 1 te spelen voorronde, en met het optrekken van de buy-innaar €500 (van de €100 die het eerst was), heeft men duidelijk gemaakt dat hethier een echt serieus evenement betreft. Mogelijk heeft men hierbij de marktenigszins overschat, omdat tot op heden het aantal voorinschrijvingenverrassend laag is. (In tegenstelling tot vorig jaar, toen binnen een week alleevents al vol zaten, en de voorrondes in Amsterdam & Utrecht zelfs albinnen een paar uur waren uitverkocht.) Dit neemt niet weg dat er nu een veelgrotere skill factor in het event zit, omdat mensen hun finaleplaats nu niet zomakkelijk kunnen “kopen’ als voorheen – en dit maakt de titel nu natuurlijk nogveel waardevoller dan in voorgaande jaren.
Echter, twee dingen moetenmijns inziens veranderd worden. Het eerste is dat alle kampioenen uit hetverleden automatisch geplaatst zouden moeten zijn voor de finale. Immers, hetgaat hier om een kwalificatietoernooi plus dan een finale – en net als bij veleandere sporten lijkt het mij dat ook hier de kampioenen uit het verleden directgeplaatst worden (of op zijn minst de mogelijkheid moeten hebben zich direct inte kopen). Immers, bij golf zeg je toch ook niet tegen Tiger Woods: “Ja leukdat je wilt meedoen, maar eerst even door de kwalificatie komen hoor”. Nu zijnPeter, Steven & ik geen Tiger Woods, maar we zijn toch meer dan slechtsPipo de Clown spelers – en dus zou het mooi zijn als dit vanuit het HollandCasino ook zo wordt gewaardeerd. Zeker omdat het hier gaat om slechts éénenkele mogelijkheid tot kwalificatie (laatste 3 uit een veld van 60 gaan door),snijdt HC zich zo ook zelf in devingers – omdat vele toppers zich nu niet zullen weten te kwalificeren, en duszowel de kwaliteit van de finale als de allure van dit event hierdoor serieuzeschade kunnen oplopen. Wat mij dus direct brengt tot mijn tweede aanbeveling.Zeker gezien de matige interesse tot nu toe, zou ik HC adviseren om iedereen demogelijkheid te geven om aan driekwalificatierondes mee te doen. Net zoals het bereiken van de Olympischelimieten gewoonlijk over langere tijd wordt uitgespreid, en over meer danslechts één event, geldt ook hier dat de geluksfactor niet onnodig groot moetworden gemaakt. En al helemaal als het gevaar loert dat bij de events in pakwegLeeuwarden of Valkenburg er misschien slechts 35 of 40 deelnemers zijn, die dusveel meer kans hebben op kwalificatie dan de deelnemers in de (volle / sterkere)velden van Amsterdam & Utrecht.
Dit alles gezegd hebbende, kijkik toch uit naar het vierde jaar van deze Dutch Open. Het openingstoernooivindt plaats op 2 september in Venlo, waarbij na voorrondes in alle (!)HC-vestigingen, de uiteindelijke finale zal plaatsvinden in Breda op 24oktober. Ik hoop dat voor die tijd zowel Peter, Steven als ik een soort “wildcard” mogen ontvangen. Maar zo niet, en mochten wij de finale dit keer nietweten te bereiken, wel dan wens ik bij deze alvast onze opvolger veel geluk.Want met de officieuze Nederlandse titel op het spel, is dit natuurlijk veelmeer dan “zo maar een leuk toernooitje” – er zijn namelijk geld, eer en vooralveel bragging rights te behalen. Enalleen al om die reden hoop & verwacht ik dat ook dit vierde jaar van deDutch Open gewoon weer een groot succes zal zijn.
* Dit akkefietje met Jordy is natuurlijk allang uit de wereld, en is hier vermeld slechts uit ‘historisch perspectief’. Het is dus geenszins bedoeld als flame richting wie dan ook. Sterker, met enige goede wil zou je zelfs kunnen zeggen dat ik mijn criticasters van destijds dankbaar moet zijn. Want zonder deze kritiek had ik waarschijnlijk nooit de overstap naar toernooipoker gemaakt – en was ik mogelijk dus ook niet in mijn huidige (goede) situatie terechtgekomen.
Iedere week verschijnt de column van Rolf Slotboom op PokerCity. Rolf is een van Nederlands beste pokerspelers en tevens een internationaal gewaardeerd schrijver van pokerboeken en artikelen.









