Rolf is een van Nederlands beste pokerspelers en tevens een internationaal gewaardeerd schrijver van pokerboeken en artikelen.
Drie op een rij!
Toernooipoker is eenfrustrerende bezigheid. We vinden het allemaal prachtig om aan een groot eventmee te doen en kijken soms al maandenlang er naar uit. Maar uiteindelijk valthet resultaat vrijwel altijd tegen. In vrijwel ieder toernooi is daar deteleurstelling van die ene verkeerd gespeelde hand, of (vaker nog) de factorpech die op het cruciale moment toesloeg en ons naar de rail zond. En altijd isdaar dan weer dat voor pokerspelers zo vernederende moment: het moment dat jemoet opstaan van tafel omdat je chips op zijn. Menig Ego is op die wijzegekrenkt, en ik kan U verzekeren dat dit moeten opstaan van tafel het punt is waarbij ik denk: had ik maarnooit de overstap naar toernooipoker gemaakt, en was ik maar lekker gewoon eencashspeler gebleven (waar je je gewoon opnieuw kunt inkopen als je chips opzijn).
Voor mij is toernooipokermogelijk nog frustrerender dan voor de meeste andere spelers, en de redendaarvoor is simpel: ik ben eigenlijk alleen maar tevreden als ik daadwerkelijkgewonnen heb. Maar in de huidige velden van zo’n 100 (kleine toernooitjes inNederland) tot misschien wel 8000 man (het WorldSeries Main Event) is het zelfs als je daadwerkelijk de beste speler bentuitermate moeilijk om ook maar een finaletafel te halen – laat staan om dezeook te winnen.
Om mezelf dan continue dedruk op te leggen dat ik moet winnen (“andere plaatsen dan de eerste tellenniet”) zou erg onverstandig zijn – immers, het zou ervoor zorgen dat ikwerkelijk altijd ontevreden uit eentoernooi zou komen. En dat is natuurlijk weer slecht voor mijn intrinsiekemotivatie en voor het plezier dat ik aan het poker beleef. Bovendien weet ikgenoeg van de geluksfactor en variantie in poker dat zelfs winnaars van evenementensoms afgrijselijk hebben gespeeld, en dat absoluut toppoker ook op de lange termijngeen enkele garantie is voor het winnen van grote toernooititels.
Daarom ben iktegenwoordig ook al redelijk tevreden als ik gewoon goed heb gepokerd(basisvoorwaarde) en als gevolg daarvan een acceptabel resultaat heb behaald. Zoalsvorig jaar in Vegas, toen ik bij mijn eerste World Series ooit viermaal cashte.Geen enkele keer kwam ik ook maar in de buurt van een finaletafel, maar inachtnemenddat ik nog nooit op dit podium had gespeeld en toch aardig wat naam had wetente maken met degelijke resultaten – dat stemde mij in ieder geval enigszins tevreden. Niet zo tevreden alsik zou zijn geweest met een bracelet natuurlijk – maar goed, dat blijft dan maargewoon het doel voor de komende Series.
Dat simpelweg cashen envrij diep komen in een event ook plezierigkunnen zijn, begin ik meer en meer te ondervinden. Nog steeds heb ik deeerzucht puur voor de winst te gaan, maar gezien de grootte van de velden en dekwaliteit van de oppositie is enig realisme hier wel op zijn plaats. Dus toenik pas geleden bij de Europese Poker Tourin Kopenhagen mijn eerste EPT cash ooit had (31e plaats voor eenprijs van €11,315), wel toen verliet ik het toernooi wel degelijk met eenpositief gevoel. Dit ondanks het feit dat ik eigenlijk geen moment uitzicht hadom het toernooi te gaan winnen, simpelweg omdat ik vrijwel steeds dikbenedengemiddeld was geweest. En toen ik in de twee aansluitende (online)toernooien wederom cashte, wel toen had ik zelfs een echte drie op een rij gemaakt – niet slecht, gezien het feit datgewoonlijk slechts zo’n 10% van de velden in het geld komt. Met mijn 4eplaats bij de €50,000 guaranteed pot-limit Omaha op T6 (€5,000) in een veld van180 was ik zelfs heel dicht bij mijn eerste online MTT overwinning ooit, maar uiteindelijkversperde Vrouwe Fortuna mij de weg. En in het €250,000 guaranteed no-limithold’em toernooi dezelfde dag, was het veld effectief gezien zo’n 650 man(officieel ruim 1400 met de gebruikelijke vele sit-outs), en ook daar kwam ikmet een 31e plaats weer zeer diep, en dus ruim in het geld.
Nog altijd kost het memoeite om te erkennen dat gewoon ver komen in een toernooi ook plezierig kan zijn. Maar feit is gewoon dat zelfs prestatieszoals deze (drie diepe cashes op rij in dure, grote events) al vrijuitzonderlijk zijn, en een teken van misschien inderdaad wel goed spel, maartoch vooral ook van veel fortuin. En dat ik dit soort cashes dus simpelweg zalmoeten appreciëren als iets goeds – en niet altijd maar op een negatieve wijzemoet benaderen. Want hoewel absolute winst datgene is waarvoor ik altijd zalblijven strijden, dit neemt niet weg dat ik ookzal moeten leren blij te zijn met de “net niet” prestaties. Want als ik daar niet blij mee kan zijn – wel, dan wordik zo’n zuur mannetje die altijd wel wat te zaniken heeft en die eigenlijknooit tevreden is.
En tja, hoewel voor hetschrijven van columns dit dan mogelijk uitstekende eigenschappen zijn – zo’npersoon wil ik toch liever niet zijn, dat spreekt vanzelf. En dus probeer ik nudan maar te genieten van de huidige Drie Op Een Rij, in de hoop dat deze rijzich zal voortzetten met nog meer toekomstige cashes. En ja, misschien zelfsmet het einddoel van alles: daadwerkelijke winst.









