Het zit mij niet mee! Jarenlang stond ik in de Holland Casino cashgames te boek als de ‘Golden Boy’, als de jongen met de spreekwoordelijke Gouden Pik. Iemand die volgens velen maar nauwelijks kon kaarten – maar die toch avond na avond met dikke winst het pand verliet.
Toen ik de overstap maakte naar het toernooipoker kreeg dit image een nieuwe dimensie. Onder invloed van niet alleen de beruchte Kleine Schoppetjes maar ook vele andere toernooien waar ik steevast met de slechtste hand de pot wist binnen te halen, ontwikkelde ik mij tot een Luckbox van het zuiverste soort. Zelfs finaletafels waar ik met slechts 1.2 big blinds begon wist ik zonder enig probleem op mijn naam te schrijven – bijna vanzelfsprekend na een flinke serie suckouts. Men wist niet beter: Als Rolf om kleine kaartjes ging roepen, nou dan kon de aas-koning wel zijn of haar biezen pakken.
Die tijden zijn voorbij! Vier $100,000+ jaren heb ik gehad wat betreft het live toernooipoker, zelfs afgelopen jaar nog in mijn eerste jaar voor Holland Poker – toen ik in tegenstelling tot voorgaande jaren slechts nauwelijks buitenlandse toernooien speelde. Altijd had ik maar de wind mee… maar nu lijkt de wind dan toch even gedraaid.
Dat alles dit jaar een stuk stroever verloopt – is dit alleen maar pech? Nee, zeker niet. Mijn edge is ten opzichte van pakweg twee, drie jaar terug ontegenzeggelijk een stuk kleiner geworden. Opponenten zijn agressiever, lezen situaties beter, geven minder tells weg, en zijn ondanks hun soms iets te hoge agressiefactor verre van makkelijk te exploiteren. Mijn vaste tegenstanders weten beter dan vroeger voor welke tactieken ik een voorliefde heb, en in welke fase van toernooien ik welk soort acties pleeg te maken. En daarbij is het ‘schuiven’ in shortstackmodus een stuk minder makkelijk geworden nu opponenten betere shove- en calling-ranges hanteren dan vroeger.
Kortom: Niet meer zo eenvoudig om de toernooivelden te kunnen domineren! Vorig jaar lukte mij dit nog redelijk in de Holland Casino toernooitjes, want met een paar mooie overwinningen kreeg ik daar eigenlijk een stuk meer dan waar ik recht op had. Maar rond de Master Classics november 2009 kwam daar enigszins de klad in. Met slechts een cash in het afsluitende crapshoot toernooi had ik de veruit zwakste MCOP uit mijn geschiedenis. En begin dit jaar leek ik weliswaar snel op mijn ‘oude’ goede pad door een (uiterst fortuinlijke!) tweede plaats bij een €300 event op de Easter Series of Poker, maar daarna was het weer sappelen. Bij de WSOP miste ik op een haar na mijn vierde opeenvolgende Main Event cash, bij de 3LT Baden maakte ik een geweldige en goede call op de bubble voor een dikke chiplead maar haalde ik uiteindelijk niet eens het geld, en ook in andere toernooien ging het op de cruciale momenten toch vooral mis.
Helaas was de MCOP van 2010 de overtreffende trap van het misfortuin van de laatste maanden. Het was dunne stront! In vier van de vijf toernooien was mijn eerste all-in ook meteen all-out, en vrijwel alle belangrijke showdowns liepen verkeerd af. Zoals ik het bekijk, niet veel meer dan pure pech en derhalve niet iets om mij al te veel zorgen om te maken. Maar zuur is het wel, nu ik mijn eerste toernooi-jaar uit mijn carrière lijk te gaan ervaren waar mijn prijzengelden minder (ja, zelfs significant minder) zijn dan het totaal van de buy-ins.
Openingstoernooi: de €1500+90 NLH freeze-out
In mijn eerste toernooi op deze MCOP, de €1500+90 NLH, begon ik voor mijn doen vrij sterk met altijd een gemiddelde of bovengemiddelde stack. Totdat een losse opponent zijn AK zwaar overspeelde tegen mij. Ik had mijn eerste utg raise van de avond gemaakt, gevolgd door een kleine vier-bet uit positie tegen zijn drie-bet. Hoeveel meer informatie heeft iemand nodig dat Rolf hier een monster heeft? De opponent was kennelijk nog niet voldoende overtuigd, want voor 37BB ragde hij vrolijk zijn big slick erin – en ving een aas op de turn. Short vanaf dat moment, vocht ik mij prima terug zonder enige all-ins, totdat ik met wederom QQ een dikke pot aanging. Ik ving een shove op van 22, er was reeds één twee gefold – en derhalve speelde mijn opponent een pure één-outer. Maar de case deuce op de river maakte mij wederom shortstacked, en op mijn eerste all-in met A9 verloor ik van JJ tegen precies de opponent van het paar tweetjes. Geil!
Event 2: de €800+80 NLH bounty
Mij volledig beseffend dat bounty-toernooien tegenwoordig flink agressief (om niet te zeggen: overagressief) worden gespeeld, had ik mijn standaard tactiek voor dit event flink aangepast. Trefwoorden: vroeg chips vergaren, en agressiever & harder terugspelen met mijn gemaakte handen – wetende dat opponenten hun draws lichter zullen pushen, en bovendien sneller een hero call willen maken in de hoop een bounty op te kunnen pakken.
Ik deed dit perfect met slechts A J
op een J
T
4
flop, waar mijn giga check-raise zeer licht werd gecalld met slechts 9
8
– door een opponent die niet doorhad dat ik op zeker de key card van deze hand, de J
, in mijn hand moest hebben. Vanaf dat moment met een 2.4 keer gemiddelde stack (hoewel nog zonder bounty) had ik dan ook een uitstekende start. Maar na een wonderlijke actie van Kenny Hallaert (die in een geraiste pot met de no-pair-no-draw A
5
check-call speelde op zowel de flop Q
9
7
en de turn J
, en door een wonderlijk toeval zijn runner-runner flush hitte tegen mijn geflopte set zevens), was mijn grote stack direct weer flink kleiner. Ik maakte vervolgens twee begrijpelijke-maar-niet-heel-sterke calls met big hands in situaties waar de opponent wel nog beter moest zijn. Eerst met J
T
in een situatie waar de opponent wel A
9
moest spelen, ik dit ook aankondigde, en de opponent na mijn crying call inderdaad braaf A9 van schoppen liet zien. Ik kreeg weliswaar enige complimenten voor mijn meesterlijke read, maar ik antwoordde droog (en terecht) dat echte meesters ook de durf hebben te luisteren naar die reads. En dit vrijwel exact zelfde scenario volgde vlak daarna, toen ik op een flop 765 rainbow een absoluut monster flopte, maar alle signalen negeerde dat mijn opponent een nog groter monster had. Om precies te zijn: 98 voor de nut straat. Tegen de langzame min check-raise van mijn opponent, gevolgd door een twijfelende turn bet en een langzame all-in bet op de river had ik toch alle signalen wel gekregen dat ik hier met een typisch gevalletje van weak means strong te maken had. Maar ik besloot tegen deze read in te gaan middels het scenario “het is wel heel moeilijk om in een shorthanded pot mijn monster verslagen te hebben, en bovendien kan ik niet altijd maar blijven folden”. Een dure misrekening van mijn kant, toen mijn tegenstander precies de nut straat opendraaide die hij al de hele tijd had gerepresenteerd.
Event 3: de €6000+250 NLH freeze-out (Main Event)
Na het skippen van het €500+50 toernooi vanwege mijn activiteiten op de Pokerboot, was het tijd voor het Main Event. Ik begon hier erg rustig, en haalde zonder enige grote pots of belangrijke showdowns dag 2. Dichter naar het einde van deze tweede dag kwam mijn stack nog steeds niet verder dan de 15k waarmee ik begonnen was. Uiteindelijk verloor ik met twee zwarte azen op een J 9
3
flop. Ik had creatief gespeeld door na mijn kleine preflop raise tegen de twee blinds ook klein te c-betten, hopend hen te triggeren tot actie met een marginale hand. Echter, toen ik een kleine check-raise kreeg van iemand die mijn tightness + speelstijl zeer respecteert, rook ik al onraad. Ik callde, en callde opnieuw op zijn veel grotere bet na de gevaarlijke turn K
, en callde ook zijn all-in bet na de river 4
. Een crying call natuurlijk, omdat ik alleen nog een busted flush draw versloeg, en derhalve vond ik mijn hand verre van optimaal gespeeld. (Mijn opponent showde precies de hand waar ik hem al op las, 33 voor een geflopte set.) Tuurlijk had ik met een stack van slechts 22BB aan het begin van de hand mijzelf preflop eigenlijk al gecommitteerd, en met een stack-to-pot ratio van minder dan 4 is het nut overpaar op deze flop tegen slechts de twee blinds normaal gesproken een through ticket.
Maar ik denk nu eenmaal vaak anders. En juist tegen deze specifieke opponent had ik beter moeten weten – en gewoon op de turn een weliswaar ongewone, maar toch zeker prudente fold moeten maken.
Event 4: de €1000+80 PLO freeze-out
‘Mijn’ toernooi op de Master Classics is altijd het pot-limit Omaha event. Eigenlijk altijd scoor ik hier goede tot uitstekende resultaten – maar helaas zou dit jaar de uitzondering zijn op de regel. Het begon al direct slecht. Op de button in een geminraiste pot had ik JJ63 double-suited, en flopte het absolute monster J54 rainbow: top set plus een slechte (want: slechts aan onderzijde nuts) open-ended straight draw. Ik bette dik, en werd gecheck-calld door de één na laatste speler in deze multiway pot, Hein Forel. Omdat hij niet zelf had gezet in late positie, viel 876x wel uit te sluiten, en een set of twee paar ook. Zijn hand was dus eenvoudig te lezen op dit rainbow board: 763x of iets als KK76: een slechte wrap of open-ender met wat extra’s. De turn was een offsuit Q en ook nu check-callde Heinz mijn dikke bet, om vervolgens na zijn gin card op de river (een 3) zelf uit te betten. Ik paste natuurlijk tegen zijn obvious straat, maar was al meteen een derde van mijn stack kwijt.
Ik kon mijzelf niet terugvechten in het toernooi simpelweg omdat ik weinig goede handen oppikte, of anders weinig goede flops hitte. Met QJT8 single-suited open minraiste ik naar 400 uit de cutoff, kreeg calls van de button en de small blind, en zag de veel te losse big blind toen pot reraisen naar 2000 met nog 700 behind. Met mijn mooie gecoördineerde hand en het mogelijk dode geld besloot ik te isoleren door zelf ook all-in te gaan voor 5200, in de verwachting toch al snel tussen de 45% en 48% equity te hebben tegen de big blind’s range. Maar ik bleek uiteindelijk gecrusht tegen de werkelijk afschuwelijke A Q
J
8
van mijn opponent. Drie harten met wat gaten en een losse aas tegen juist de persoon die vrijwel nooit open raist: het leek verre van ideaal voor hem, maar bleek uiteindelijk een schot in de roos. Gecrippled na die hand, open raiste ik niet veel later utg pot met mijn stack van slechts 9BB. Een volstrekt logische play met mijn KK66 single-suited natuurlijk. Hans Forel, die mij bepaald niet mag en mijn gewoonlijk nogal graag wil uitschakelen, vond zijn T
8
7
5
genoeg om vanuit de small blind te callen, en kreeg met een 872 rainbow flop hiervoor een meer dan ruime beloning. Ik had natuurlijk nog outs genoeg en zou bij winst gewoon weer 19BB hebben. (Een prima stack in een PLO toernooi waar nooit antes zijn, en al helemaal gezien mijn kennisvoorsprong en goede preflop spel.) Maar ik lag eruit nog voordat we ook maar het geld hadden genaderd – uitgeschakeld door een stel poephanden van het kaliber huismerk WC papier.
Event 5: De €750+75 NLH freeze-out
Mijn laatste toernooi deze week was het €750 toernooi. (De afsluitende €300+30 crapshoot die op het moment dat deze column verschijnt wordt gespeeld, laat ik naar alle waarschijnlijkheid schieten.) Ik besloot mij volledig te focussen op rustig, goed spelen, en mij niet te laten afleiden door de magere resultaten tot nu toe.
Ik speelde inderdaad ook prima, en met ongeveer een derde van de 298 deelnemers nog in het veld, en ik – als zo vaak – licht benedengemiddeld, begon ik langzaamaan mijn eerste cash te ruiken. Ik probeerde niet meer te denken aan de flinke cooler van het begin van de dag, toen ik vanuit de big blind in een drie-way, single-raised pot met mijn 77 een set flopte op een Q97 board – om vervolgens vrolijk tegen QQ voor een hogere set aan te kijken. Na die pot was mijn zorgvuldig opgebouwde dikke stack direct weg. Maar ik was dus kalm gebleven, hield mijn spel op uiterst hoog niveau, en had zo toch mijn weg terug te vinden in het toernooi.
Met blinds 200-400 en 50 ante, was mijn 7,000 stack weliswaar verre van groot. Maar ik had buiten de pot met de set zevens geen enkele showdown hoeven spelen, en gecombineerd met mijn tighte, sterke image zag ik de eindfase van dit toernooi met vertrouwen tegemoet. Een losse speler ging all-in utg voor 2100, en met AQ besloot ik te isoleren – om zo voor het eerst dit toernooi mijn stack boven de 10k te tillen. Tegen slechts K7 was ik in prima shape – maar wederom ging het in de showdown mis. Een zeven op de river bracht mij toch weer terug in de shove modus die ik juist had willen voorkomen. En in mijn allereerste shove, vanuit midden / late positie voor 4900 all-in, was het ook meteen klaar. De small blind raapte TT op, en ik kon niet de hulp vinden waar ik eigenlijk vond dat ik wel recht op had.
Conclusie
En zo eindigde mijn 2010 MCOP in mineur. Slechts één belangrijke showdown gewonnen, verder alle cruciale pots de verkeerde kant op, en niet één keer ook maar in de buurt van een cash. Niet echt wat ik mij van mijn meest geliefde toernooi van het jaar had voorgesteld!
Dat gezegd hebbende: het hoort er allemaal gewoon bij. Door de jaren heen zijn mijn resultaten op de Master Classics altijd geweldig geweest. Al in 1998 werd ik er eens tweede op een toernooi – terwijl ik toen echt de ballen verstand had van toernooitactiek! En het fortuin dat ik bijvoorbeeld in 2006 had tijdens het Main Event, dat alleen zorgt er al voor dat ik mij eigenlijk nooit meer moet of mag beklagen over gebrek aan geluk. Immers, zelfs als ik de komende vier of vijf jaar geen enkele cash zou scoren op de MCOP, dan nog zal de schaal fortuin vs. pech ruimschoots blijven uitslaan naar het eerstgenoemde.
Kortom: het was al met al een beetje zure Master Classics voor mij. (Alhoewel een heel gezellige – niet in de laatste plaats vanwege onze leuke, dagelijkse Poker Inside uitzendingen.) En als je kijkt over het hele pokerjaar 2010, dan smaakt dit natuurlijk wat extra zuur nu ik mijn zwaar bovengemiddelde resultaten uit voorgaande jaren bij lange na niet kan toppen.
Maar ik probeer dit alles simpelweg te accepteren als something that comes with the job. Een gegeven dat onlosmakelijk verbonden is met het wezen van toernooipoker, en waar een pokerprof zich niet (of in ieder geval niet al te zeer) over dient te beklagen.
Hoe moeilijk dit soms ook is, wanneer de periode van misfortuin een heel stuk langer lijkt voort te duren dan wat voor het gevoel nog ‘acceptabel’ of ‘aanvaardbaar’ is.









