Rolf is een van Nederlands beste pokerspelers en tevens een internationaal gewaardeerd schrijver van pokerboeken en artikelen.
Commentatoren (2)
Toen Arthur van denMeeren in november 2006 gekozen werd voor de job van commentator voor de MasterClassics 2006, waarbij ik op niet zo’n nette wijze aan de kant was gezet, weltoen was ik op z’n zachtst gezegd notamused. Hoewel ik zeer blij was voor hem en het hem ook heel erg gunde(omdat ik hem oprecht een heel aardige gast vind) vond ik het een keuze die wasingegeven op basis van persoonlijke voorkeuren in plaats van op basis vankwaliteit. En bij het maken van TV-programma’s met alle grote financiëlebelangen van dien, hoort pure kwaliteit natuurlijk de doorslag te geven. En ofik nu al dan niet een lastig mannetje ben (waar) die niet houdt van lobbyen(waar) en die bovendien ook nog de eigen broodheer in het openbaar kritischdurft te benaderen (waar), wel dit zouden mijns inziens bij grote projectengeen relevante factoren behoren te zijn. Maar goed, nu nam dus Arthur plaats op‘mijn’ stoel, ondanks het feit dat hij geen ervaring had in het geven vanTV-commentaar, en eigenlijk ook niet in het spelen van poker op het hoogsteniveau. Samen met grappenmaker Wilco Terwijn vormde hij een op dat momentverderlicht presentatieduo, en dat voor het belangrijkste pokerprogramma inNederland tot op dat moment – cruciaal voor de toekomst danwel bloei van hetNederlandse poker.
Hoewel de beelden mooiwaren, was het commentaar – zoals verwacht mocht worden gezien het gebrek aanervaring, en gezien de voor de commentatoren zeer korte voorbereidingstijd –onder de maat. Echter, het zou unfair zijn deze commentatoren puur af tebranden op één enkel vierdaags toernooi. Want net als ikzelf tijd nodig had omte groeien, zo gold dat natuurlijk evenzeer voor hen. Je kunt niet verwachtendat je een paar rookies voor deleeuwen gooit en dat dan het resultaat direct fantastisch is – dergelijke dingenhebben natuurlijk tijd nodig.
Maar vooral daarin ben ikenigszins teleurgesteld in Arthur. Hoewel hij intelligent en erg sympathiek is(en ook op TV zo overkomt) blijft zijn commentaar mijns inziens onder de maat,ook na toch al vele verschillende pokerprogramma’s te hebben gedaan. Te vaakslaat hij de plank mis als het gaat om de inhoudelijke analyses, of voelt hijde psychologie van de situatie niet goed aan. Daarbij probeert hij soms mensente sparen die een flater begaan, en durft hij zelden de exploiteerbare zwaktesvan Nederlandse toppers als bijvoorbeeld Marcel Lüske en Rob Hollink tebenoemen. Dat stelt mij teleur, omdat hij toch vaak genoeg met deze mannen aantafel heeft gezeten – en als ik diesituaties herken waarbij onze toppers kwetsbaar zijn, dan zou Arthur die tochook moeten herkennen lijkt mij. Tegenwoordig vormt hij een vast duo met Marc deHond, die in zijn hoedanigheid als co-commentator helaas maar weinig toevoegt.Ik snap de rolverdeling wel: Arthur als de serieuze expert, en Marc als deenthousiaste jongeman die de voorzetten geeft die dan door de expert moetenworden ingekopt. Echter, dit komt allemaal niet echt uit de verf. Marc roeptcontinue heel enthousiast de flops die wij zelf ook in beeld zien, of hij lijkthet heel spannend te vinden als we de 80.000e race zien waarbij wederom een pocket paar het opneemt tegen de tweeoverkaarten – en dit is een enthousiasme dat ik niet deel. Bovendieninterpreteren beide commentatoren slechts zeer zelden de invloed van de toernooistructuurop juiste wijze. En het belangrijkste van allemaal: doordat ze veel moeilijke pokertermengebruiken, leggen ze de lat te hoog voor de beginnende speler. Als daar dantegenover had gestaan dat de inhoudelijke analyses sterk waren en hout sneden,wel dan wordt in ieder geval nog één doelgroep geheel bediend – maar ook dat isdus niet het geval. Zo is het allemaal vlees noch vis, waarbij beidecommentatoren ook nog de fout te maken hun kennis over de hand van detegenstander in de analyse te betrekken – een absolute no-no waar het gaat om pokercommentaar. Bijvoorbeeld pasgeleden in RTL’s Next Star Of Poker was daar een man die op een flop QJ3rainbow met zijn geflopte set drieën 300 zette, toen na een blank op de turn bettehij 200 (!), en na een A op de river checkte de man plotseling. Arthur vond ditchecken van een set heads up tegen een tegenstander die nog geen enkele krachthad getoond “zeer verstandig” – ja nogal wiedes als je al hebt gezien dat detegenstander met KT de nuts heeft gemaakt. Maar iemand die tegen ééntegenstander een setje zo passiefuitspeelt, tja die verdient natuurlijk een andere beoordeling dan dit – eenbeoordeling die uitgaat van het maximaliseren van de eigen hand, en niet eenbeoordeling die uitgaat van kennis over de hand van de tegenstander (kennis diede speler in kwestie natuurlijk ontbeert). Dat is precies wat ik altijd hebgeprobeerd te voorkomen in mijn commentaar, en wat dus in mij irritatie opwektals ik het op structurele wijze zie terugkeren bij de huidige generatiecommentatoren.
Hoe het wel moet? Wel,dit zal velen verrassen – hoe het wel moet is zoals Rob Hollink het deed bij dePart[Po]ker.com Dutch Open. Een crapshootvan het zuiverste water, waarbij Rob geheel onervaren achter de microfoon gingzitten – maar hij bleek een natuurtalent. Inhoudelijk sterke analyses, correctvoorspellen wat gezien de handen & de eigenschappen van de spelers mogelijkzou kunnen gebeuren, veel leuke anekdotes en tenslotte de durf om ook grotespelers hard aan te pakken als ze een ongelukkige move maken. Het enigeminpuntje was misschien dat voor de zender in kwestie (Veronica) Rob misschien netniet ‘sexy’ of ‘hip’ genoeg was – maar om die reden zat Lange Frans natuurlijkop de stoel naast Rob. En het misschien nog wel belangrijkste compliment aanRob: alles was live ingesproken, zonder dat later bij de uitzending nog watfoutjes waren weggewerkt. Met andere woorden: Chapeau!
Daar kan men in hetbuitenland nog wat van leren. Want de vaak bewierookte Amerikaanse combi MikeSexton / Vince Van Patten – wel, ook die twee vind ik niet meer dan een magerzesje hoor. OK, misschien redelijk goed op het gebied van enthousiasme en snelleone-liners, maar inhoudelijk gezien toch vrij armoedig. Zelden of nooit is ereen analyse van hoog niveau, en daarbij hebben de commentatoren een zeer beperktekennis van de spelers – ze weten slechts wat van de erkende sterren, plus watover de andere deelnemers op hun briefjes staat. De wijze waarop de ‘Amateurs’benaderd worden is niet zoals ik vind dat het hoort, helemaal omdat vooral Mikezijn vingers niet durft te branden aan een kritische analyse van de ‘Sterren’.En alles wat uit Europa komt is helemaal onbekend,kijk maar naar de werkelijk belabberde analyses bij de handjes die Rob Hollinkspeelde aan de door Tuan Le gewonnen WPT finaletafel – een tafel die bovendieneen grote schijn met zich meedroeg van (door de commentatoren niet benoemde) collusie.Kortom, hoewel Mike & Vince wel degelijk een leuk & charismatischkoppel vormen, stelt het inhoudelijk allemaal maar weinig voor – laten wezeggen, geheel in de Amerikaanse traditie.
De slechtsten uit hethele rijtje? Wel, dit is mijns inziens een exaequo tussen het World Series of Poker duo Norman Chad / Lon McEachern ende ‘independent’ Jesse May. Waarom vind ik dit World Series duo zo slecht,vraagt U misschien – immers, is dit niet het hoogste podium van pokercommentaar?Mijn antwoord: Ja, dat zou het moetenzijn inderdaad. Maar voor een programma dat zozeer voorgeproduceerd is enwaarbij werkelijk niets spontaan is (alles voorgelezen van de auto-cue, zolijkt het) zou je in ieder geval iets grappigs verwachten, of een paar rakeanalyses op zijn tijd. Maar niets van dit alles: zwakke analyses, oeverloosgepraat, een negatieve benadering van juist de wat onbekendere spelers, entenslotte: onderbroekenlol waar zelfs de kinderen van groep 6 al niet meer ommoeten lachen. Voeg dat bij het kolderieke openingsshot van de lange (slungelige)Lon & de kleine Norman die daar wat ongemakkelijk staat te draaien in zijnniet-passende colbert, en ik zeg: dit isniks. Ik mis nog steeds geen enkele uitzending hoor – simpelweg omdat debeelden van de WSOP me zo aanspreken. Maar ik blijf dus kijken ondanks de commentatoren – en dat kannatuurlijk nooit de bedoeling zijn van de makers.
Als laatste dan een nietzo honorable mention voor Jesse May,mijn voorganger als Bureau Chief bij CardPlayerEurope. Hij zit achter de microfoon bij vele studio-programma’s die vrijwelzonder uitzondering kunnen worden gekenschetst als crapshoots met een skill factor 0. Echter, niets daarover uit zijnmond. Nee, wat hij doet is hele grote opwinding veinzen als iemand AK opraapt,en als diegene daar dan volkomen standaard drie keer de blind mee raist eniedereen foldt, dan analyseert Jesse met een van enthousiasme overlopende stem:“Great play, what an excellent raise!” Voeg dit bij zijn irritante lachje,waarbij hij continue zit te giechelen om dingen die absoluut niet grappig zijn,en je kunt er zeker van zijn: de televisie bij Rolf gaat op zwart, of in iedergeval dit zogenaamd deskundige commentaar wordt de nek omgedraaid middelsaanpassing van de volumeknop.
Let wel: commentatorenzijn vaak aangeschoten wild die het in de ogen van het grote publiek echt nooitgoed kunnen doen, en daarbij kunnen ze zichzelf maar moeilijk verdedigen tegende grote hoeveelheden (soms onterechte) kritiek. Plus, wat voor de één goed is,is juist weer bron van irritatie voor de ander. Kortom: wat hierboven allemaalgeschreven staat is dus geenszins de absolutewaarheid. Het is slechts mijnwaarheid – en iedereen is volkomen vrij het daarmee eens danwel oneens tezijn.









