In deel 1 van deze seriecolumns over Bekende Poker Nederlanders (BPN’ers) beschreef ik al enkele vanonze markante persoonlijkheden, namelijk Peter Dalhuijsen, Thierry van den Bergen ook mijzelf. (Ik dacht: Laat ik ook mijzelf maar een beetje belachelijkmaken, in plaats van alleen maar proberen te scoren waar het gaat om anderen.)
Deel 2 van deze serie isvolledig gereserveerd voor onze Nederlandse Nummer 1, Marcel Lüske. Doorsommigen wel eens de “Johan Cruijff van het poker” genoemd vanwege zijnonnavolgbaarheid op verbaal gebied, en daar zit natuurlijk wel wat in. Want netals de grote JC zijn ook de verhalen van Marcel gewoonlijk monologen, die slechtshier en daar – al dan niet hinderlijk – onderbroken worden door de interviewer(die soms dan maar eventjes besluit zijn stem te laten horen om niet helemaal voor Jan Doedel te zitten).Natuurlijk is net als bij JC aan de verhalen van Marcel meestal geen touw vastte knopen. Hij begint bij A, gaat voor een verklaring van A naar B, om dan bijC de draad kwijt te zijn – en om dan maar te eindigen met iets wat er totaalniet toe doet, maar wat hij toch even gezegd wilde hebben. Kortom: Voor wie de wilheeft te genieten van dergelijke monologen, zal Marcel nooit teleurstellen. Integendeelzelfs, want wanneer hij voor een groot publiek spreekt, of wanneer hijtoehoorders heeft die hem adoreren, is hij juist op zijn allerbest. Dan is hijscherp, grappig, intimiderend en joviaal – alles tegelijk.
Nu ken ik Marcel al jaren, maarnog altijd verwonder ik me om zijn vermogen van niets iets te maken. Eigenlijkaltijd is hij wel bezig met nieuwe projecten, zoals het Nederlandse pokerteam(1999), de FIDPA (2005), het programma Poker Kings (2006) of een hele stoetandere – vernieuwende – zaken die hij op zich heeft genomen. Zelden of nooitpraat hij over dingen die reeds achter de rug zijn, maar bijna altijd gaat hetover plannen die hij gaat ontwikkelen. Echter, door te praten alsof al dezeplannen al helemaal rond zijn, en door persoon A te zeggen dat persoon Bgeïnteresseerd is, en door tegen persoon B te zeggen dat A zeker meedoet, ishij een meester is het creëren van dingen, en in het openen van deuren die vooranderen gesloten blijven. Aan alles is te zien dat ondanks de vele successen,Marcel toch nog steeds de gewone handelsman van weleer is, met een grootcharisma en een wijze van praten die altijd suggereert dat er iets heelbelangrijks voor de deur staat. En die door deze capaciteiten altijd maar weerbezig is met het ontwikkelen van nieuwe plannen – niet in de laatste plaatsomdat hij dingen ontwikkelen veel interessanter vindt dan om dag in, dag uitbezig te zijn met het uitvoeren ervan.
Eén van de vele bijnamen dieMarcel draagt is The Gentleman of Poker,omdat hij zijn verliezen gewoonlijk zeer gracieus opneemt. In tegenstelling totvele andere sterren die altijd gaan klagen als ze verliezen, houdt Marcelaltijd zijn rug recht, en wil hij zich niet door één enkel teleurstellendresultaat uit het veld laten slaan. Een houding die natuurlijk zeer te prijzenis, maar des te knapper gezien ’s mans enorme eerzucht. Aan alles is te ziendat hij gekweld is als hij uit een toernooi wordt gegooid, maar voor decamera’s zal hij dat nooit openlijk toegeven. Hij blijft dan een heer, ofvertelt een verhaal dat het gaat over de lange termijn, of soms gebruikt hijeen afleidingstactiek door te gaan wijzen op iets wat niet goed is in dittoernooi – de structuur, het gedrag van een bepaalde speler, de onjuistetoepassing van de regels door de dealers. Maar zelfs op die voor hem vervelendemomenten zal hij er toch alles aan doen om hoe dan ook als de morele winnaar uit de strijd te komen,en het toegeven van fouten of het erkennen dat iemand anders hem misschienheeft outplayed – tja, dat hoort daargewoonlijk niet bij.
Aan tafel is de man natuurlijkeen fenomeen. Voelt hij zicht goed of heeft hij publiek, dan is hij decharmantste man op aarde. Dan zingt hij (en goed ook!), dan is zijn timingperfect, en dan is hij de entertainer pur sang. Plus, hij weet als geen anderook aan de tafel zelf vrienden of bondgenoten te creëren – en te houden. Zo wasik er ooit getuige van hoe hij in een dure cash game op de river een pure blufmaakte. (Ik zat naast hem, en had toevallig zijn hand gezien. Het was een pot-limitOmaha cash game, waarbij Marcel al zijn draws had gemist, en nu iets van €1500 all-inzette op de river – met slechts een vrouw hoog.) Toen zijn tegenstander, iemanddie hij al jaren kent en met wie hij ook wel een soort van vriendschap had, zatte denken om die bet te callen stapte Marcel uit zijn stoel, en liep hij naarzijn gabber. “Wat heb je, vriend – waarmee zit je te denken mij te callen?” Zijntegenstander toonde toen zijn enigszins marginale hand – top / bottom pair, alsik het mij goed herinner. Marcel nam vervolgens de kaarten uit zijn hand,gooide ze over de gele lijn, en zei: “Alsjeblieft vriend, ik help je wel eenhandje. Ik wil niet dat je daarmee je geld verliest.” Zijn vriend lachte hem dankbaartoe en klopte Marcel nog eens op zijn schouder, als blijk van waardering dathij hem mogelijk flink wat geld had bespaard. Kortom: Marcel had de potgewonnen met een fantastische bluf, en hijhad ook nog eens de vriendschap met zijn gabber versterkt – en had zo tweevliegen in één klap geslagen.
Nou, wie dit allemaal zo goeden geloofwaardig kan brengen, en dan ook nog eens op het moment suprême – wel, die is een groot kaarter, dat leidt geentwijfel. Die is zowel een artiest als een sportman, iemand die als het er echtom gaat in staat is het beste uit zichzelf naar boven te brengen. En na velejaren internationaal poker op het hoogste niveau, met een vrij indrukwekkendereeks titels als bewijs.
Iedere week verschijnt de column van Rolf Slotboom op PokerCity. Rolf is een van Nederlands beste pokerspelers en tevens een internationaal gewaardeerd schrijver van pokerboeken en artikelen.









