Toen ik in 1998 begon als pokerprof, was het niveau van analytisch denken lang niet zo hoog als nu. Feitelijk was er slechts één denker die er toe deed, iemand die met originele gedachten keer op keer zijn lezers wist te verrassen en – vooral – verrijken.
De naam van deze persoon: David Sklansky. En de naam van zijn column in CardPlayer waar ik zeer groot fan van was: Fighting Fuzzy Thinking.
De titel was een prima weergave van wat hij deed: het beschrijven van gedachten, aannames en strategieën zoals die destijds leefden onder grote groepen pokerspelers – om dan vervolgens met argumenten, redenaties en vooral veel mathematische analyses onweerlegbaar aan te tonen wat nu precies de flaw was in deze gedachten.
In mijn eigen strategiecolumn hier op PokerCity zal ik van tijd tot tijd een stukje schrijven onder deze zelfde titel – en met hetzelfde doel. Vandaag dus het eerste deel… alhoewel ik helemaal niet weet of en wanneer er überhaupt een tweede deel zal volgen. :)
Let wel: Sklansky schreef deze stukjes in een tijd dat het denkniveau bij de meeste regulars op een zeer laag niveau lag. Sterker, de vissen van nu zouden in Sklansky’s tijd juist dikke winnaars zijn geweest! (En waren dat vaak ook.) Dit houdt in dat ondanks de titel van deze stukjes, ze niet per se uitgaan van de stelling dat ik, ik en niemand anders dan ik gelijk kan hebben in de analyse. Mijn bijdragen dienen dan ook vooral als startpunt voor inhoudelijke discussie, en zeker niet als eindpunt.
“Ik krijg 1 op 3. Call!”
Zoals gezegd: het gemiddelde denkniveau ligt tegenwoordig een stuk hoger dan vroeger. Vooral jonge spelers lijken middels de vanzelfsprekendheid en frequentie van hun terminologie (lees: het constant roepen van pokertermen die veel ‘normale’ mensen niet snappen) zelfs op een uiterst hoog niveau te denken. Echter, hun twee grootste valkuilen zijn vaak dit:
- Gemakzuchtig denken. (Niet alle relevante factoren in ogenschouw nemen, maar denken dat iets al snel volledig duidelijk of standard is zonder het te onderwerpen aan een nadere beschouwing.)
- Optimistisch denken. (Te veel naar zichzelf toe rekenen – zowel bij inschatting van hun edge op andere spelers, als bij berekening van mathematische problemen.)
In de situatie van vandaag is feitelijk sprake van beide gevallen. Het betreft een hand uit het Main Event van de Dom Classics, en de hoofdrolspeler is dezelfde als in mijn vorige column: Wouter van den Bijgaart. Let wel: dit is niet omdat ik hem niet aardig zou vinden, of omdat ik hem als speler zwak zou vinden. (Beide zijn niet van toepassing.) Het is meer dat door zijn open karakter & het altijd tot in detail willen uitleggen van zijn gedachteprocessen, hij een prima persoon is om over te schrijven – en dan natuurlijk vooral als hij tot een analyse is gekomen die mijns inziens niet, of niet geheel, klopt.
Het Main Event was zo’n uur of vijf gaande, en voor mijn doen had ik een vrij actieve start gehad – met een steeds gemiddelde of licht bovengemiddelde stack als gevolg. Maar na het gekraakt worden van mijn KK tegen (ik meen) een overspeelde AQ, was ik ineens weer teruggevallen naar de voor mij zo bekende shortstack modus van slechts 10 big blinds. Waarbij ik ook nog eens vlak voor de blinds moest aantreden aan mijn nieuwe tafel, na het opbreken van de oude.
Lachende blikken bij aankomst van onder andere Paul Berende & Wouter van den Bijgaart, respectievelijk één en twee plekken ter rechterzijde, die beide nog wel konden beschikken over een gemiddelde (Wouter) danwel bovengemiddelde (Paul) stack. Lachende blikken waarschijnlijk omdat ik weer eens uiterst short was – en in hun optiek ik waarschijnlijk dus wel weer mijn aloude folden-tot-ik-short-ben-tactiek zou hebben toegepast. Een image dat ik vanzelfsprekend te gelde wilde maken!
Na een paar handjes passen was ik met mijn 12.100 stack de big blind in het level 600-1200 met ante 100. Iedereen paste naar small blind Paul Berende. Iemand die zich ervan bewust is dat ik weet dat hij vaak (te) los opent, en iemand waarvan ik bovendien denk dat hij wel weet dat het in deze shortstackfase juist de losse openers zijn die ik reken tot mijn prime targets. (Om met iedere enigszins redelijke hand alles er gewoon in te ploffen tegen hun mogelijke poepiewoepie.) Hij opende groter dan normaal, in dit geval naar 3900, kennelijk om aan te geven dat hij committed zou zijn in geval van een shove. Ik vond een zeer redelijke hand, JTo, en gezien de psychologie van de situatie besloot ik na lang denken deze toch maar weg te leggen. Dit omdat ik mij niet kon voorstellen dat in deze spot Paul feitelijk 12.000 zou willen riskeren om 2.800 te winnen met een hand die slechter zou zijn dan mijn boer-tien. So far for my read: ik paste mijn hand, en Paul showde vrolijk 93 offsuit.
Meteen de volgende hand zat ik in de 600 small blind – en dat is de hand waar dit stukje echt om gaat. :) Iedereen foldde naar Wouter in de cutoff, en die opende naar 2525. Paul foldde op de button, en de big blind was vrij tight. Ik bedacht mij met welke handen ik hier zou willen schuiven, vanuit de gedachte dat a) Wouter hier natuurlijk een vrij wijde range kon hebben, hoewel niet snel totale poep, en b) er waarschijnlijk wel enig fold equity zou zijn voor mij – maar (zeker gezien de vorige week beschreven neiging van Wouter om shoves nogal licht te callen) ook weer niet heel veel.
Vanuit deze gedachte besloot ik dat het hier een obvious reraise-or-fold was, en dat ik zou shoven met:
- 22+
- A7s+
- K8s+
- Q9s+
- JTs
- A8o+
- K9o+
- QTo+
Al met al, met 21.6% van mijn handen dus! (Bron: PokerStove.) Gelukkig vond ik een absolute tophand voor deze spot, AK, een easy all-in voor mijn 10,700 totaal. De big blind paste, en Wouter ging in de tank. Dat wil zeggen: hij ging eerst heel blij lachen, en begon vervolgens opgewonden te rekenen hoeveel een call hem zou kosten in relatie tot de pot – om uiteindelijk inderdaad de call te maken met 94 offsuit. Zijn precieze gedachtegang zoals met ons gedeeld aan tafel, plaatste hij na de uiteindelijke winst van de hand ook op Twitter. De exacte tekst was:
@WvdBijgaart– Open 2525 co on shorty rolf sb and tight bb w 94o, ofc rolf ships 10.7k.. After a bit of calculating saw I had 1 on 3 so c. He AK, I hit =].
Lees de tweet goed, en het zal vrij duidelijk zijn wat er hier precies heeft plaatsgevonden: Wouter heeft creatief naar zichzelf toe zitten rekenen! (Zeg, zoals politici nog wel eens willen doen.) Om de analyse te beginnen, moeten we teruggaan naar zijn stack bij het begin van de hand: die was 27k. Verlies van 10,700 in deze pot zou hem derhalve terugbrengen op 16.300 – wat betekent dat (zeker ook volgens zijn eigen visie!) hij zich nu in push-or-fold-territory zou bevinden. Geen ‘normaal’ poker dus meer – wat nog wel enigszins zou kunnen na een fold & en opgeven van de 2525. In dat geval zou hij 24.475 overhouden – en met 600-1200/100 blinds en zijn M van 8.74 (24.475/2800) is hij dan nog redelijk ver verwijderd van probleemgebied. En indien hij zou callen & winnen, wel dan neemt zijn 27k beginstack toe met (10.700+1.200+1.000), en eindigt hij de pot dus met een stack van 39.900 (33bb). In dat geval is hij natuurlijk een stuk comfortabeler dan met zijn huidige 27k, en zeker heel wat beter dan zijn slechts 24.475 na een fold. Echter, het brengt hem niet direct in een andere fase, omdat zijn stack dan nog altijd niet zodanig is dat hij nu bijvoorbeeld een stuk lichter zou kunnen 3-bet/folden.
Kortom: dit is typisch zo’n situatie waar het verlies van de extra 8.175 aan chips in geval van callen van de shove veel zwaarder weegt dan het eventueel winnen van extra chips in geval van een call & het maken van een suckout. Iets wat je als goede pokeraar natuurlijk te allen tijde dient mee te nemen in je berekeningen! En wat dus betekent dat met de genoemde 94 offsuit in deze spot, je bij twijfel waarschijnlijk dient te folden – simpelweg omdat de nadelen van callen & verliezen niet opwegen tegen de voordelen van callen & winnen.
Maar lees de tweet maar – Wouter dacht helemaal niet zo! Kijk wat er staat: “After a bit of calculating saw I had 1 on 3 so c.” Let op het gebruik van het woordje “so”. Hij is bij zijn berekeningen kennelijk puur uitgegaan van de gedachte: “Nou, zelfs met offsuited, non-connected poep heb ik eigenlijk altijd wel 2-tegen-1. En die 2-tegen-1 krijg ik hier – dus ik call.”
Terwijl de berekening van Wouter juist had moeten zijn:
- Ik moet 8.175 erbij leggen voor een totale pot van 23.600 (10.700+10.700+1.200+1.000). Met andere woorden: ik heb 8.175/23.600 = 34.64% pot equity nodig om hier een EV-neutrale call te maken. (Let wel: dit is dus meer dan de door Wouter genoemde 1 op 3 – zij het slechts marginaal meer.)
- Vanaf pakweg 35% pot equity zou ik hier dus waarschijnlijk kunnen callen. Als ik bovendien rekening houd met het bovenstaande (dat terugvallen in push-or-fold modus door het verlies van chips een zeer negatieve bijkomstigheid is bij het maken van een mogelijk losse call), dan zou ik pas vanaf zo’n 38 of 39% hier echt ‘juist’ zijn met een call.
En, wat Wouter daarbij ook nog had moeten bedenken: dat zijn gedachte dat hij hier 1 op 3 zou krijgen, in werkelijkheid een wel erg optimistische is. Immers, zou hij mijn shoving range hier correct hebben ingeschat op 22+,A7s+,K8s+,Q9s+,JTs,A8o+,K9o+,QTo+, dan zou hij hebben moeten weten dat zijn 94 offsuit niet 1 op 3 heeft (oftewel 33.333%), maar slechts 29.066%. (Bron: PokerStove.) Een significant verschil!
Conclusie
Wouter rekende zich derhalve rijk door zijn calling odds licht te overschatten, door de waarde van zijn 94 offsuit in een showdown zelfs flink te overschatten, en door bovendien geen rekening te houden dat gezien zijn lang niet zo dikke stack hij het zich eigenlijk helemaal niet kon veroorloven om liefst 33.4% van zijn stack (8.175/24.475) bij te callen met een hand waarvan hij wist dat hij moest outdrawen.
Door dit alles te doen of juist na te laten praatte hij zichzelf naar een call – in een situatie waar hij feitelijk een uiterst eenvoudige fold had.









