Rob Hollink wint rechtszaak in hoger beroep

De Nederlandse pokerspeler Rob Hollink heeft bij een rechtszaak tegen de belastingdienst in hoger beroep een belangrijke overwinning geboekt. De rechter was het met Rob eens dat de heffing van kansspelbelasting over gewonnen prijzen binnen de Europese Unie, in plaats van over de winst, in strijd is met het Europees recht.

Na een langdurig juridsich steekspel heeft Rob Hollink in hoger beroep op een cruciaal punt zijn gelijk gehaald. Rob verzette zich tegen een belastingaanslag over gewonnen prijzengeld in 2002. Op drie punten was de pokerpro het oneens met de belastingdienst, waardoor er drie vragen werden voor gelegd aan de Hoge Raad:

a. Is poker in de variant Texas Hold’em een kansspel in de zin van artikel 1, aanhef en onder c, van de Wet op de kansspelbelasting (tekst 2002, hierna: de Wet)?
b. Is de heffing van kansspelbelasting over prijzen behaald bij pokertoernooien in strijd met het Unierecht, in het bijzonder het recht op vrij verkeer van dienst als bedoeld in artikel 56 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna: VwEU)?
c. Staat het vertrouwensbeginsel er aan in de weg dat van belanghebbende kansspelbelasting geheven wordt?

Hoewel de rechtbank op het eerste en laatste punt oordeelde in het nadeel van Hollink, behaalde hij toch een belangrijke overwinning op het tweede punt. Volgens het hof wordt het Europees recht op vrijheid van dienstverkeer belemmerd doordat de Nederlandse belastingdienst 29% belasting heft over gewonnen prijzen in het buitenland. Zo blijkt uit een deel van de uitspraak:

Bij buitenlandse pokertoernooien geldt op grond van artikel 3, eerste lid, onderdeel b van de Wet als maatstaf de prijzen. Noch gedane inzetten noch verliezen kunnen door de speler worden verrekend met de ontvangen prijzen.

Het advies van de rechtbank was dan ook om de maatstaf van heffing op toernooiwinsten binnen de Europese Unie aan te passen.

om de belemmering weg te nemen de maatstaf van heffing voor de pokertoernooien te worden vastgesteld in overeenstemming met die voor binnenlandse casinospelen.

Rob Hollink had tegenover onze collega’s van NederPoker het volgende de zeggen over de rechtszaak: “Op drie punten heb ik de uitspraak van de Rechtbank aangevochten. Het eerste punt was een lastige en had ik ook niet op gerekend te winnen. Het tweede punt is min of meer hetzelfde punt wat Joost Mengerink aanvoerde en ook zijn zaak mee won. Het is mooi dat dit punt in hoger beroep nogmaals is bevestigd. Het derde punt betrof een afspraak die ik met de Inspecteur had gemaakt: men zou niet terugkomen op zaken van voor 2004. Na enige tijd kwamen daar toch aanslagen over binnen. Omdat ik punt 2 wel gewonnen heb, is deze een stukje minder belangrijk geworden.” 

“Nog belangrijker is dat er in afwachting van deze uitspraak nog een aanslag lag over 2003 en die bedroeg ruim €80.000. Met deze uitspraak is het zeer waarschijnlijk dat deze ook de prullenbak in kan. En anders gaan wij wederom een gang naar de Rechter maken. Al met al denk ik dat de uitspraak overwegend positief is, niet alleen voor mij, maar ook voor poker in Nederland.”

De volledige uitspraak is hier terug te lezen.

PokerCity Workshops 1000x258

2 Comments

Reacties zijn gesloten bij dit onderwerp.