Interview Sander Collewijn: “Ik had nog zoveel verhalen te vertellen”

“Poker komt er altijd bekaaid vanaf. Altijd weer dat gokken erbij halen. Dat vind ik zó niet de waarheid.” Aan het woord is Sander Collewijn, auteur van ‘s lands nieuwste pokerboek ‘All-in’. PokerCity interviewde de sportjournalist over zijn boek.

Een beetje pokerliefhebber heeft natuurlijk wel meegekregen dat er een nieuw Nederlands pokerboek is uitgebracht deze week. Als je het nieuws niet op PokerCity hebt gelezen, dan is de kans alsnog groot dat je het voorbij hebt zien komen. FHM kwam met een voorpublicatie, Quote zette een artikel online, Veronica Magazine besteedt er aandacht aan, het Parool bracht een groot interview met Collewijn en op de radio was Collewijn te gast bij NH Lunchroom en BNR Nieuwsradio. En aanstaande dinsdagmiddag zit hij bij De Nieuws BV op Radio 1. Veel aandacht voor poker in mainstream media en dat juichen we natuurlijk toe. De boekpresentatie was donderdag 9 februari in het Holland Casino Amsterdam. Marcel Lüske kreeg het eerste exemplaar overhandigd van de auteur.

Sander Collewijn is freelance sportjournalist en verzorgde voor PokerStars een aantal jaren artikelen en video’s over poker voor de pokerpagina van de website van De Telegraaf. Hij kwam in de pokerwereld terecht, doordat hij werd gevraagd door een marketingbureau of hij over poker kon schrijven. Op dat moment wist Collewijn vrij weinig van poker en meer dan de halfjaarlijkse pokergame met tennisvrienden was er niet qua achtergrond. Als freelancer sla je een mooie opdracht echter niet snel af en zo belandde Collewijn in de pokerwereld.

Collewijn reisde naar alle mooie pokerbestemmingen in het kielzog van de Nederlandse pokertop. Daarover verschenen veel artikelen online bij de Telegraaf, tot Black Friday (15 april 2011). Pokerstars vond het wel mooi geweest en zette het mes in het marketingbudget (en in het budget van Team PokerStars overigens). Een paar jaar later besloot Collewijn zijn ervaringen op papier te zetten.

Waarom heb je dit boek geschreven?
“Ik schreef voor De Telegraaf bijna elke dag een stukje over poker. Maar dat waren vrij vrolijke, positieve stukjes. Dat strookte niet altijd met hoe ik over de pokerwereld dacht, maar zo gaat dat natuurlijk vaker. Vroeger had ik niet echt een droom om een boek te schrijven. Maar toen ik uit de pokerwereld was en die opdracht voor de Telegraaf stopte, begon het bij mij wel echt te borrelen van ‘hier moet ik een boek over schrijven’. En dat gevoel was heel sterk. Ik had nog zoveel verhalen te vertellen die niet aan bod kwamen in de stukken voor PokerStars. Over de mensen, de reizen, de toernooien, de feestjes en de avonturen.”

Hoe is het van het gevoel ‘hier moet ik een boek over schrijven’ gekomen tot het daadwerkelijke boek?
“Ik heb vier, vijf jaar geleden voor ’t eerst wat opgeschreven over Vegas. Als freelance journalist kwam ik later bij een journalistencollectief te werken in Amsterdam, waar ik via via in contact kwam met een literair agent. Die vertelde mij om eens wat op te sturen. Daarna heb ik 25 pagina’s geschreven en opgestuurd, zonder dat iemand anders dat ooit gelezen had. Ik drukte op send en dacht: ‘als ze me binnen een uur mailen van ‘man, wat een lachwekkend gelul’ dan is dat prima. Maar ik kreeg een paar dagen later een andere reactie die neerkwam op: ‘we hebben ernaar gekeken, het ziet er goed uit. Wanneer kom je langs?’. Daarna kwam ik bij uitgeverij Ambo Anthos terecht.
Dankzij mijn collega’s, mijn literair agent en de uitgeverij ben ik ook een stuk beter gaan schrijven. Ik kon ook sparren met collega’s die boeken aan het schrijven waren en mijn redacteur was vrij kritisch. Dat heeft me naar een hoger niveau geholpen.”

Het boek gaat over de pokerwereld, maar ook voor een groot deel over jou en je eigen stappen als pokeraar. Je hebt ervoor gekozen om de pokerwereld vanuit jouw perspectief te beschrijven en niet als neutrale toeschouwer. Waarom?
“Ik heb er lang over nagedacht hoe ik het moest aanpakken. Vanuit mezelf schrijven, of meer een roman vanuit het gezichtspunt van drie pokerspelers. De uitgever stelde voor dat ik er zelf meer in voorkwam. Ik zou dan de gids zijn die de lezer door de pokerwereld leidt. Dat was voor mij heel raar en voelde arrogant als debutant in de schrijverswereld. We hebben wel voor deze insteek gekozen en dat is denk ik een goede keuze geweest.”

http://www.pokercity.nl/imgW.aspx?pos=br&src=/lrFoto/dsc03767.jpgVan de bekende Team PokerStars Pro’s uit die tijd gebruik je de echte namen, maar voor alle andere spelers gebruik je nicknames inclusief de pokerbloggers ‘Johan & Daan’. Was dat op verzoek van de spelers of heb je dat zelf besloten?
“Ik gebruik inderdaad aliassen, behalve voor ‘publieke figuren’ als de Team PokerStars Pro’s en de Boris Beckers van deze wereld. Als ik Fatima Moreira de Melo ineens Anita was gaan noemen en erbij zou zetten dat ze ooit heeft gehockeyd, dan was dat heel raar geworden. Ik heb ook geen schandalen of wat dan ook over die mensen te melden. Voor de onbekendere pokeraars heb ik aliassen gebruikt. Vooral omdat ik pas later heb besloten om het boek te schrijven. Toen ik in de pokerwereld zat en mee naar de toernooien en feestjes ging, had ik niet het idee daar een boek over te schrijven. Dan is het niet oké om nu echte namen te gebruiken, dat voelde qua vertrouwen niet goed. En ik denk niet dat het boek er beter door zou zijn geworden. Voor het grote publiek maakt het niet uit welke naam een speler heeft. Ik ben zelf bij alle gebeurtenissen geweest die ik beschrijf. Ik had geen notitieblokje, maar omdat het allemaal zoveel indruk op me heeft gemaakt heb ik alles heel goed onthouden.”

Ik kan me voorstellen dat er pokeraars zijn die er helemaal niet op zaten te wachten om in een boek voor te komen, met of zonder nickname. Heb je het daarover gehad met spelers? Want ondanks de nicknames kunnen kenners van de pokerwereld wel herleiden welke nickname bij welke speler hoort.
“Dat probleem heb je altijd met dit soort boeken. Er zullen altijd mensen minder blij zijn en het vervelend vinden. De meeste spelers wisten wel dat ik een boek schreef, zowel de bekende spelers als spelers die met nickname in het boek staan. Een aantal spelers hebben vooraf ook stukken gelezen. Het was geen optie om het boek niet te schrijven, maar ook niet om echte namen te gebruiken. Dan is dit de enige oplossing. Of ik had een roman-achtig boek moeten schrijven, maar zoals het boek nu is geworden heeft het de beste vertelstructuur. Dat in het wereldje pokeraars mensen gaan herkennen, is onvermijdelijk. Soms zitten verschillende persoonlijkheden in één personage verwerkt, dus er zit ook een fictief element in. Het voelt voor mij arrogant een boek te schrijven over een hele wereld. Het wordt gebracht als een boek over de pokerwereld, maar het is gewoon mijn verhaal hoe ik het heb meegemaakt. Ik heb geprobeerd het op zo’n manier op te schrijven, dat mensen er geen last van hebben. Ik ben heel netjes geweest en heb niet de schandalen of controverses gezocht. Daar was ik ook niet in geïnteresseerd, meer in het pokerspel, de pokerwereld en hoe mensen zelf  in elkaar zitten.”

In je boek is er veel aandacht voor de pokertop, die de grote toernooien speelt en veel geld te besteden heeft. Ook de kant van de beginnende pokeraar komt goed aan bod, omdat jij zelf die rol invult in het boek. De pokeraar die echter niet heel erg veel verdient met poker maar er wel van kan leven, komt maar weinig aan bod terwijl dat wel een grote groep is. Dat deel van de pokerwereld is niet sexy. Dat zijn spelers die op een zolderkamertje een redelijk inkomen bij elkaar spelen en als ze van live poker houden zo nu en dan meespelen bij de Holland Casino Poker Series.
“Dat klopt, die groep heb ik weinig gezien en dus ook weinig over geschreven. Ik ben wel heel erg geïnteresseerd in die kant. Voor die groep zijn de EPT’s de hoogtepunten van het jaar. Ik wil ook wel live toernooien blijven spelen en dan kom ik wat meer in het vaarwater van deze spelers.”

Je stapte in de pokerwereld zonder een pokerachtergrond. Hoe was dat?
“Dat proces beschrijf ik ook in mijn boek. Voor mij was het een bizarre ervaring. Één van de eerste dingen waar ik naartoe ging, was de persconferentie van Fatima Moreira de Melo die tekende bij PokerStars in 2009. Ik pokerde eigenlijk niet toen ik erin stapte. Misschien een keer per halfjaar met tennisvrienden. Ik ben wel gewend geraakt aan de luxe rondom de grote toernooien. Dan gingen we van de Ritz Carlton naar het Grand Hyatt in Berlijn en daarna Hotel Fairmont in Monte Carlo en het Hilton in Praag. Daar kon ik wel aan wennen en ik ben er ook door veranderd. Ik ben meer van luxe gaan houden.”

Waarom moeten pokeraars en geïnteresseerden je boek lezen?
“Door mijn boek leer je hopelijk beter de ware aard van het pokerspel en de pokerwereld kennen. Als buitenstaander kwam ik in een wereld die ik niet kende en daar neem ik de lezer in mee. Uiteindelijk word ik ook één van hen, ik word onderdeel van de pokerwereld. Ik ben deels net als die pokerspelers geworden. Ik beschrijf wat het met je doet als je in zo’n wereld terecht komt. Wat mij irriteert is dat er zoveel vooroordelen zijn over poker. Als ik vertel dat ik een boek over poker heb geschreven, heeft iedereen een neef, nichtje of vriend die pokert. Maar bij een sollicitatiegesprek zegt niemand dat ‘ie pokert. Poker komt er altijd bekaaid vanaf, veel mensen hebben er een totaal verkeerd beeld van. Altijd weer dat gokken erbij halen. Dat vind ik zo niet de waarheid. Poker is een vak en je probeert op alle manieren je vak zo goed mogelijk uit te voeren. Je hebt heel veel ongedisciplineerde spelers, maar die halen het ook niet. Ik heb er respect voor als je de discipline kunt opbrengen op je 23e om poker als een vak te zien en er goed mee om te gaan. Het is heel moeilijk om goed met alle verleidingen om te gaan. Wat dat betreft kun je poker één op één met topsport vergelijken.”

Je boek is nu uit. Ben je zelf ook klaar met de pokerwereld en pokeren?

“Nee hoor, helemaal niet. Ik denk dat ik live sowieso wel wil blijven pokeren en af en toe online om de skills op peil te houden. Maar live poker blijft het leukst om te doen. Ook gewoon toernooitjes van tien euro, als het maar leuk is en gezellig. Als ik merk dat ik op de fiets er naartoe al zin heb in de eerste hand die ik gedeeld krijg, is het goed.”

Je zevende plaats bij de €550 Bounty van de afgelopen Master Classics of Poker, kan dus zomaar een vervolg krijgen.
“Absoluut! Live poker is de bom, ik ga wel vaker dat soort toernooien spelen. Die finaletafel bij de MCOP in de koepelzaal, man! Ik voelde me zo de koning! Dat was echt niet normaal. Alsof ik vroeger met hockey scoorde in de hoofdklasse. Zo ongelooflijk vet. Dat wil ik wel vaker meemaken. Ik heb nu een vlaggetje op de Hendon Mob, daar wil ik er wel meer van. En heel cliché, maar ik zou één keer in mijn leven het Main Event van de WSOP willen spelen. Dat heeft toch iets magisch.”

8 Comments

  1. Ik kon er maar weinig van terugvinden ook. Via site telegraaf niet, via google wel een paar weinig waardevolle hits. Ik vermoed dat ‘t meeste offline is gehaald na Black Friday. Zal ‘t aan Sander vragen.

  2. De beste man heeft denk ik betaald om hier reclame te mogen maken, want ik heb gemerkt dat alle ook maar iets negatieve of grappige berichten verwijderd worden, Wat een goed boek zeg!

Geef een reactie