LIVE REPORTING POKERNIEUWS

 

Vijf weken lang kijkt PokerCity’s voormalige boegbeeld nog één keer naar de huidige staat van het Nederlandse poker. Aan de orde komen persoonlijke zaken over een nieuw leven als recreatief pokerspeler (is dat eigenlijk wel leuk?), maar ook wat er door de jaren heen is veranderd voor professionele spelers – of waar spelers zelf misschien steken hebben laten vallen. Vandaag de derde van vijf columns van de hand van Rolf Slotboom.

Steeds moeilijker winnen

 Ik werd professioneel pokerspeler in 1998, en stopte als prof in 2011. Het waren jaren waarin ik heb mogen genieten van succes, van een goed inkomen en van wat ik zag als de fijnste baan van de wereld. Door alle vrijheid die ik had en door mijn liefde voor het spel heeft poker geen dag als een baan gevoeld!

Ik begon als prof in een tijd dat poker nog maar klein was. In Nederland was dit letterlijk één tafel (soms twee, zelden drie), in het buitenland wel iets meer maar nog verre van de pokerhype die nog zou volgen. De eerste jaren vond ik lang niet gemakkelijk. Niet in de laatste plaats vanwege het grote risico dat ik nam: professioneel speler worden in Nederland op een moment dat er maar op één plek werd gespeeld, het HC Amsterdam, met maar weinig vaste spelers. Omdat poker destijds voor het casino het minst rendabele onderdeel van hun complete spelaanbod vormde, bleef iedere dag het risico bestaan dat het HC een streep zou halen door mijn baan, en dat al mijn investeringen derhalve voor niets zouden zijn. Want ook op mijn ‘andere’ locatie, het Concord Card Casino in Wenen was het aanbod van poker verre van vanzelfsprekend, simpelweg door de – overigens, in Oostenrijk tot op de dag van vandaag aanhoudende – onzekerheid over de legale status ervan.

Wat destijds wel veel beter was dan nu: de rake was gewoonlijk lager. Zeker bij toernooien. Ik weet nog hoeveel woede er ooit was toen de fee voor een 1000 gulden toernooi werd opgetrokken naar 50. Een 1000+50 gulden toernooi dus – kom daar tegenwoordig maar eens om! Slechts 5% bovenop de buy-in dus, altijd inclusief een heerlijk diner, en geen verborgen kosten. Vergelijk dit met tegenwoordig: vrijwel altijd 10% fee, daarbovenop nog 3 tot 5% extra uit de pot, eten gewoonlijk zelf betalen. De cumulatieve effecten voor frequente spelers zijn enorm. Het verschilt nogal wat of je kosten van spelen op structurele basis 5% zijn, 10%, of zelfs nog meer dan dat!

Maar daar komt nog iets bij. Waar vroeger wereldwijd altijd rebuytoernooien werden gespeeld zonder extra fee, zijn tegenwoordig re-entrytoernooien mét extra fee de standaard geworden. Een €300+30 re-entry in Holland Casino heeft niet alleen 10% fee, en 4% extra weggehaald uit de pot, maar ook nog eens €30 extra kosten voor iedere keer dat je je opnieuw inkoopt. En zo wordt voor een toernooi dat vaak maar €5000 heeft voor een eerste prijs (en soms zelfs nog minder) een speler geconfronteerd met kosten die al snel boven de €100 per toernooi komen. Hier is vrijwel niet tegenop te spelen op de lange termijn, dit kunnen alleen nog de echte toppers. En zelfs voor hen is dit alsnog met een stuk minder edge dan in de tijd zonder re-entry’s of extra geld weg uit de pot.

Tot op de dag van vandaag verbaas ik mij over de passiviteit van regulars waar het gaat om kostenverhogingen. Toen ik nog iedere dag speelde, stond ik altijd vooraan om met een groep te strijden hiertegen, en het casino onder druk te zetten vanwege vermeende inhaligheid of het niet houden aan haar wettelijke taak. Immers, als iets maar een tientje extra zou kosten per dag lijkt dit niet veel, maar voor een prof is dit al snel €3000 per jaar. En genoemde kostenverhogingen zijn gewoonlijk heel wat meer dan een tientje per dag. Spelers zouden en masse re-entry toernooien moeten boycotten omdat het niets meer is dan een ongekende (ja misschien zelfs wel schaamteloze) kostenverhoging ten opzichte van de rebuytoernooien van vroeger. Maar dit gebeurt niet. Integendeel zelfs: spelers leggen zonder blikken of blozen steeds weer een nieuwe fee op tafel, zonder zich af te vragen of het spel op deze wijze nog wel rendabel is.

De edge van winnende of licht-winnende spelers staat verder onder druk omdat in tegenstelling tot in ‘mijn’ tijd er nu een iets hoger percentage van deze winnende of licht-winnende spelers is. In mijn tijd was de ervarings- en kennisvoorsprong van de winnende speler op de recreatieve speler een stuk groter dan nu. Meer edge dus in het spel zelf voor de profs, en daarbij lagere kosten dan nu.

Zowel live als online is het voor vrijwel alle spelers, de echte toppers mogelijk uitgezonderd, steeds moeilijker winnen. Zo’n tien jaar terug shortstackte en multitafelde ik online de $25-50 PLO games en harkte serieus geld binnen; een paar jaar later zaten veel voormalig winnende profs zoals ik te pieren op $2-4 of zelfs nog lager. Sites hebben in de loop der jaren de rake stevig verhoogd, en voorwaarden voor frequente spelers verschraald. Allemaal met hetzelfde doel: de winnende spelers weren!

In de jaren na de pokerhype (zeg, vanaf Moneymaker tot pakweg 2011) kon letterlijk iedereen met enig gezond verstand dik winnen. Maar die tijd is niet meer.

Het maakt het des te knapper van de spelers die in de huidige tijd nog wél structureel winnen, en die in staat zijn eenzelfde soort inkomen te verdienen dat gedurende de pokerhype voor veel meer spelers was weggelegd. Respect dus voor deze topspelers – omdat zij hun geld moeten verdienen in omstandigheden die de laatste jaren bepaald niet zijn verbeterd.