Zo’n drie weken geleden nam ik deel aan het nieuwe RTLprogramma “Late Night Stars of Poker”– een soort Poker After Dark, maar dan nog iets losser en met niet alleen profsmaar ook amateurs en bekende Nederlanders. Ik was daar uitgenodigd om aan deeerste uitzending deel te nemen – met als bekende Nederlanders de advocaatPeter Plasman en de politicus Fred Teeven. Samen met Lex “RaSZi” Veldhuisvormde ik de afvaardiging van de profspelers, en daarnaast waren er ook nogtwee online qualifiers. Dit betekende dat de verhaallijn wat betreft de bekendeNederlanders natuurlijk poker & de huidige wetgeving betrof, en wat Lex enmij betreft ging het om poker & rivaliteit. Een logische keus, gezien onzehistorie. Immers, ik was altijd zeer kritisch geweest over zijn magere toernooiresultatenen zijn gebrek aan zelfkritiek, en hij had verbaal teruggeslagen na onzeconfrontatie in een key hand tijdensde EPT Grand Final van Monte Carlo. In zijn optiek had ik te veel show gemaaktin die door mij – met een unimproved AQ – gewonnen hand, en dat was volgens hem‘onsportief’ geweest. Gevoegd bij wat badinerende opmerkingen over mijn spel enmijn persoonlijkheid, zou je kunnen zeggen dat we wat betreft de kritiek opelkaar wel weer ‘quitte’ stonden.
In de ogen van velen is rivaliteit een slecht woord, enbelichaamt het iets negatiefs. Ik zie dit echter anders. Ik vind het mooi alsmensen met elkaar strijden om de beste te willen zijn, en in zo’n harde strijdop weg naar de top hoef je niet alleen maar handjes te schudden. Het mag er watmij betreft best wat pittig aan toegaan, zowel aan de pokertafels als daarbuiten.Net eigenlijk als in een voetbalwedstrijd waar de verdedigers af en toe eengeniepige overtreding maken, of waar de aanvallers de scheidsrechters zoproberen te beïnvloeden dat ze eindelijk eens die strafschop mee krijgen. Enook als dan het verbale vuurwerk na afloop nog even doorgaat (moest dieverdediger niet gewoon rood krijgen voor die tackle, was het een schwalbe ofniet), is dat wat mij betreft altijd ruim binnen de grenzen van wat acceptabelis. Het geeft aan dat mensen willen strijden voor hun recht, of willen vechtenom de beste te zijn / maximaal resultaat te halen. En in de topsport is datnatuurlijk prima.
Bij poker lijkt dit echter net iets genuanceerder te liggen.Omdat we niet alleen in Nederland maar eigenlijk wereldwijd een relatief kleinepokercommunity hebben, worden we geacht iets ‘vriendschappelijker’ ofsportiever met elkaar om te gaan dan in andere sporten – alsof we met vriendenonderling een kaartje leggen. Natuurlijk ben ik het daarmee maar slechtsgedeeltelijk eens. Ik zie poker als topsport, waarbij je keihard moet zijn voorzowel jezelf als voor anderen om de top te kunnen halen. Dat betekent dat je teallen tijde moet spelen op het scherpst van de snede. Zowel aan de pokertafelalsook daarbuiten zoek ik dan ook vaak de grens op, misschien vaker dan demeeste van mijn collega’s doen of willen doen. Gevolg: Waarschijnlijk meer danwelke Nederlandse speler ook heb ik conflicten gehad, of het nu was metmedespelers, casinodirecties of leden van de media. Bijna altijd was de kern vanhet conflict hetzelfde: Ik was hard & onbuigzaam, of stond voor eenprincipe waarvan ik niet wenste af te wijken. Vaak ook had ik kritiek op hetgebrek aan professionaliteit van spelers of journalisten, en dat kwam me dangewoonlijk op een boycot of op zijn minst een flinke flame te staan. Immers, als je in het openbaar iemand bekritiseertover vermeende fouten, wel dan is het verdedigingsmechanisme vaak heel simpel:men zal terugslaan door je persoonlijk te gaan beledigen, in plaats van teanalyseren of de kritiek niet gewoon juist is. Met andere woorden: Het ligt aande boodschapper, en of zijn boodschap al dan niet juist was wordt terzijdegeschoven.
Ik ben daar aan gewend geraakt. Ik weet hoe het werkt: Jezegt (meestal gestaafd door feiten) van iemand dat hij maar matig presteertvoor een speler van zijn kaliber, of dat hij weinig zelfkritiek of mentalehardheid lijkt te hebben, en binnen een uur gaat de discussie erover dat jezelf een lul bent. Dat is jammer, omdat mijns inziens de kritiek altijd moetworden gescheiden van de persoon.
Zo heb ik in het verleden meer dan eens pittigeconfrontaties gehad met bijvoorbeeld Ed de Haas. Zeker als hij enigszins optilt was, maakte hij mij nog wel eens uit voor dingen die niet in eenbeschaafde column kunnen verschijnen – en ik was dan natuurlijk geniepig genoegom hem nog even een sneer na te geven, zodat hij misschien nog emotioneler werd, en als gevolg mogelijk wat slechter zou gaanspelen. Of neem Rob Hollink, iemand die vaak genoeg in mijn gezicht heeftgezegd dat hij mijn speelstijl eigenlijk superirritant vindt: ietwateendimensionaal, lastig te bestrijden en misschien ook wel wat destructief. Ditwaren altijd mooie situaties in mijn optiek, omdat grote spelers dan gewoon eerlijkhun mening gaven en ook niet bang waren iets scherp te spelen. Maar het mooistewas dit soort kritiek nooit persoonlijk werd genomen: opmerkingen op elkaar ofop elkaars onvolkomenheden konden we gewoonlijk accepteren, zonder het respectvoor elkaar te verliezen. En zo was Ed onlangs nog onbaatzuchtig genoeg om voormij een mooie sponsordeal te regelen, wetende dat hij als gevolg daarvan iederedag zou komen te spelen tegen diezelfde vervelende / afwachtende speler met wiehij zo vaak mot had gehad aan de tafels. En zo was Rob weer zo genereus om eenvoorwoord te schrijven voor mijn eerste pot-limit Omaha boek (waarin hij opmijn verzoek ook gewoon een kritische beschrijving gaf van zowel mijn spel alsmijn gedrag), en waaraan hij zijn medewerking verleende ondanks dat hij wist dat het boek mogelijk een negatieve uitwerkingzou hebben – namelijk de schepping van een heel legertje übertighte enshortstackende grinders à la Rolf. Met andere woorden: Ondanks onze jarenlangerivaliteit (alhoewel zeker ook een vorm van vriendschap), toonden ze tochwaardering op de momenten dat het er echt om ging, en waren zo in staat om‘outside the box’ te denken. Grote klasse!
Of ik met de jongere generatie spelers eenzelfde band kan opbouwen,is nog maar de vraag. Immers, men weet dat ik keihard ben voor mezelf, maar datik tegelijk ook niet vies ben van het leveren van kritiek op anderen. Als ik vind dat jongeren teveel babbels hebben terwijl hun prestaties geen gelijke tred houden (precieshet soort kritiek dat ikzelf ook wel eens krijg), wel dan zeg ik dat. Dat maaktme niet altijd even populair, maar ik ben wel eerlijk – ik zal niet huichelenin iemands gezicht dat hij het zo goed doet terwijl ik hem achter zijn rug omafmaak. Vooral jongeren of mensen die zichzelf heel wat vinden hebben deneiging dit soort kritiek persoonlijk op te vatten, zonder er wat mee te doen.Dat vind ik aan de ene kant jammer, omdat het leidt tot spanningen die nietaltijd nodig zijn, terwijl de kritiek meestal toch niet zodanig is dat erdirect een vete voor hoeft te ontstaan. Anderzijds is het zo dat als enkele vanmijn concurrenten / rivalen structureel weigeren mijn (juiste) kritiek in zichop te nemen, dat ze dan waarschijnlijk ook hun spelniveau niet substantieelkunnen opkrikken. En in de rat race diehet poker is, biedt dat dan misschien mogelijkheden om weer net een plaatsjeverder op te schuiven in de pikorde – of om iemand nog net onder je te houdendie gezien zijn talent of mogelijkheden je eigenlijk allang gepasseerd hadmoeten hebben.
Kortom: Wat mij betreft blijft de strijd dus te allen tijdehard en serieus, en blijven we doorgaan met strijden om de nummer 1 te zijn watbetreft resultaten (en in mindere mate ook wat betreft exposure en bekendheid).Een mooie, en langdurige strijd dus om altijd de beste te willen zijn – waarbijmentaliteit, vechtlust, zelfkritiek en de wil om continue te verbeteren detoverwoorden zijn.
Toegegeven: misschien niet direct de woorden die je zouverwachten bij wat velen toch nog steeds zien als een ‘gezelschapsspelletje’.Maar voor mij zijn & blijven ze goud waard in de strijd met mijn rivalen,en in mijn weg naar de top.
Iedere week verschijnt de column van Rolf Slotboom op PokerCity. Rolf is een van Nederlands beste pokerspelers en tevens een internationaal gewaardeerd schrijver van pokerboeken en artikelen.









