LIVE REPORTING POKERNIEUWS

 

In tegenstelling tot velen, zie ik poker niet als slechts een spelletje – ik beschouw het als topsport. (Alhoewel met een relatief hoge korte-termijn geluksfactor.) Als een sport dus waarvoor, indien je ook echt absolute top wilt zijn, je simpelweg dingen zult moeten laten. Net als in andere sporten, zal ook in poker een ijzeren sportmentaliteit zich op termijn altijd uitbetalen – en derhalve is het bezitten van zo’n mentaliteit een minimale vereiste om te kunnen worden erkend als topspeler.

Vind ik.

Maar het grote publiek, en zeker ook het Nederlandse publiek, lijkt maar weinig op te hebben met sportlieden die altijd alles willen geven, of met sporters die vanuit de erkenning van hun beperkingen vaak net iets meer weten te produceren dan men zou verwachten puur op basis van de aanwezige kwaliteit.

Kijk naar het voetbal, waar wij Nederlanders eigenlijk altijd en alleen maar willen aanvallen. Waar je al een vedette wordt genoemd zelfs als je eigenlijk nog maar zelden echt het verschil hebt gemaakt (Robben), waar je op gelijke hoogte wordt gezet met internationale sterren terwijl de cijfers dit maar nauwelijks ondersteunen (Van Persie), of waar twee gelukkige passeerbewegingen al genoeg zijn voor een stortvloed aan lyrische commentaren en het roepen om een basisplaats (Elia). Grote lof dus voor de aanvallers en de technici in het team! Vergelijk dit met de vele jaren dat één van onze weinige echte topspelers in het team (Van Bommel) op de top van zijn mogelijkheden heeft moeten presteren om tenminste enige waardering te krijgen voor zijn winnaarsmentaliteit. En dan nog zijn er mensen die menen dat op zijn positie net zo goed een meer ‘voetballende’ speler zou kunnen staan!

Ook in het poker lijkt het grote publiek meer waardering te hebben voor wat ik beschouw als de ‘opgevers’ of de ‘net-nietjes’ dan voor de serieuze profs die altijd met maximale inzet spelen. Sterker: in het poker wordt leven voor de sport soms zelfs als negatief uitgelegd, en misplaatst vedettegedrag juist als positief! In dit stuk enkele voorbeelden van wat ik zie als topsportgedrag of het tegenovergestelde hiervan: ‘labbekakkengedrag’. En wat mijns inziens de perceptie bij het grote publiek over dit soort gedragingen zou dienen te zijn.

  1. Geen respect voor spelers die structureel weten terug te komen uit geslagen positie

Een speler die in een toernooi zeer short is – maar die niet opgeeft, en zich op goede, geduldige wijze naar een cash weet te knokken. Het zou moeten worden beschouwd als absolute topsport, zeker als de speler in kwestie die cash niet ziet als einddoel maar als het beginpunt om verder te knokken richting een eventuele finaletafel. Om de analogie met voetbal maar even voort te zetten: Je staat bij rust met 2-0 achter, en bent de eerste helft compleet weggespeeld door een op alle fronten veel betere tegenstander. Maar dat wil niet zeggen dat je dus dient op te geven! Mogelijk middels een kleine aanpassing van de tactiek (met als doel de kracht van de tegenstander enigszins te kunnen ondervangen) en een ijzeren mentaliteit is het tij altijd nog te keren. Zolang je maar niet de handdoek werpt, en door je 100% te blijven focussen op exploitatie van mogelijke zwakheden in de tegenstander – die vanwege de opgebouwde voorsprong en zijn grotere kwaliteit jou misschien niet 100% serieus meer neemt. De ideale ingrediënten om een technisch betere tegenstander eens flink te verrassen!

Zo kan dat ook in poker: terugvechten wanneer je eigenlijk in de ogen van het grote publiek al ‘dood en begraven’ bent. Ik heb dit zelf keer op keer gedaan, soms zelfs vanuit een stack zo klein dat ik uitgelachen werd om de serieusheid waarmee ik die kleine stack behandelde / verdedigde. En als ik dan alsnog uit die geslagen positie een cash, een finale of zelfs een titel wist te behalen (echt gebeurd! – teruggekomen van 1.9 big blinds aan de finaletafel), dan zeiden de mensen: “Geluk!” Maar hoewel geluk ongetwijfeld een deel van de verklaring was – de hoofdreden was toch vooral mijn mentaliteit van niet willen opgeven.

Een mentaliteit die het derhalve verdiend om gewaardeerd te worden – en die niet slechts minachtend dient te worden omschreven als ‘in the money folden’.

  1. Slechte levensstijl / Niet 100% fit als er gepresteerd moet worden

Ik vind het bizar. (Of, om mijn moeder maar eens te quoten: “bij de wilde spinnen af”.) Topsporters die zonder blikken of blozen op een groot live toernooi verschijnen met teksten als “Poeh, wat ben ik brak, zeg – gister veel te lang doorgefeest.” En die dit soort teksten bezigen met een trotse blik in de ogen, als in: kijk mij even stoer zijn.

In het poker is dit gedrag aan de orde van de dag! Indien ik de sponsor was van zo’n speler, zou ik zeggen: “Vriend, we steken een hoop geld in jou. Dan is toch wel het minste wat wij voor ons dure geld mogen terugverwachten dat jij voldoende fit & gemotiveerd aan de start verschijnt. Maar als je zelfs dat niet kunt opbrengen – nou, dan is daar het gat van de deur.”

Maar het tegenovergestelde gebeurt! Media benadrukken keer op keer hoe ‘cool’ dit soort spelers wel niet zijn dat ze naast het poker ook nog eens flink kunnen doorzakken, en de sponsoren vinden het kennelijk ook prima dat hun uithangbord op dergelijke wijze in beeld komt. En geven daarmee de spelers in kwestie feitelijk een beloning voor dit mijns inziens zeer onprofessionele gedrag, in plaats dus van de straf die zij zouden verdienen.

  1. Te laat komen op de events

Nog zo iets! Spelers die beweren geweldig deep-stacked poker te kunnen spelen, die altijd zitten te hameren op het belang van goede structuren – maar die dan doodleuk de eerste paar levels van een toernooi laten lopen omdat ze ‘nog te moe zijn’ of ‘omdat het toch niet veel uitmaakt als je een paar rondjes mist’. Lekkere sportbeleving!

En toch zijn het juist de allergrootste spelers die zich dit soort gedrag menen te kunnen permitteren. Of nee, niet menen – die zich dit ook echt kunnen permitteren. Want de eerste sponsor die haar sterspeler uit het team zet vanwege structureel te laat komen, die moet nog gevonden worden.

Zou Robin van Persie de eerste vijf minuten van Nederland-Kameroen missen omdat hij nog lekker op de wc zat te kakken en dacht “ach, die vijf minuutjes maakt toch niet zoveel verschil”, dan zouden we er collectief schande van spreken. Maar in het poker is dit structureel te laat komen kennelijk stoer? Wonderlijk!

  1. Drugsgebruik

In Monaco ging ik de avond na mijn uitschakeling in de EPT Grand Final 2008 met mijn toenmalige vriendin naar de Jimmy’z, een vrij hippe & ook luxe discotheek-annex-club in dit puissant rijke ministaatje. (Discotheek schijnt naar verluidt een echt jaren 80 woord te zijn volgens de jongste generatie. Maar ja… ik ben ook gewoon uit de jaren 80!) Gezeten aan een VIP-tafeltje tegenover ons was een zeer prominent internationaal pokerspeler, die voor het oog van de hele tent een flinke hoeveelheid wit poeder naar binnen snoof. Vrienden & bekenden waren getuige hoe deze toch vooraanstaand topsporter de Moeder Aller Destructieve Drugs soepeltjes via de neus naar binnen liet glijden. Maar geen mens die hem waarschuwde dat dit toch misschien niet zo heel handig was zo tijdens één van de grootste live toernooien van het jaar, en geen site die zei: “Nou, deze gereputeerde speler leeft wel erg weinig voor zijn sport!”

Niets van dit alles. Sterker: dezelfde persoon die bij deze topspeler aan dit tafeltje zat, beschreef hem enkele maanden later lyrisch in de coverstory van een tijdschrift – in een artikel waar toch vooral de uitzonderlijke talenten van deze speler werden benadrukt. En waar dus geen woord eraan werd vuilgemaakt dat met inachtneming van ‘s mans levensstijl, hij waarschijnlijk niet heel lang nog tot deze top zal blijven behoren.

  1. Te weinig kijken naar iemands daadwerkelijke rendement

Het is de laatste weken uitgebreid aan bod geweest: het (kritisch) beoordelen van iemands daadwerkelijke prestaties. Want dit bepaalt uiteindelijk in welke schaal iemand dient te worden ingedeeld. Alles wat erom heen zit (hoe populair iemand is, hoe mediageniek, hoe goed hij lijkt te zijn) is vanuit strikt sportief oogpunt natuurlijk minder belangrijk dan wat deze persoon daadwerkelijk te berde brengt.

Toen Bryan Roy ooit door Louis van Gaal uit Ajax 1 werd gezet, was het grote publiek woedend. Immers, het ging hier om de man van de lange dribbels & de soepele schijnbewegingen – hun grote held, en technisch gezien misschien wel de allerbeste Ajacied van dat moment. Maar Van Gaal zag dit anders. Hij had (terecht!) geconstateerd dat het rendement van Roy ver achterbleef bij zijn reputatie in den lande. Derhalve gaf hij op die positie (linksbuiten) de voorkeur aan eerst Edgar Davids, en later Marc Overmars. Twee spelers die wat betreft ruw talent waarschijnlijk nog niet de veters van Roy mochten strikken – maar die allebei door hun mentaliteit en gedrevenheid wel steeds maximale prestaties wisten neer te zetten.

Niet in de laatste plaats omdat ze naast offensief spelen, ook het belang erkenden van noeste arbeid en van verdedigend denken. Zaken die in vrijwel iedere sport van het allergrootste belang zijn… maar die niettemin door het grote publiek slechts zelden op waarde worden geschat.

Elke week beschrijft Rolf Slotboom, Team captain van Team Holland Poker, zijn leven als pokerspeler en alle ervaringen, kennis en anekdotes die daarbij horen. Heb je zelf vragen of interessante pokerhandjes die je graag besproken ziet worden, stuur deze dan op naar [email protected]