Aan elk goed ding komt een einde – en zo ook aan deze serie over legendarische potjes die ik heb gespeeld. Want hoewel deze serie ging over wat toch wel mijn favoriete onderwerp is (mijzelf), op een gegeven moment is zelfs die sinaasappel ook wel eens uitgeperst. Of, zoals één van mijn criticasters als opmerkte na deel 1 van deze serie: “Als elke bluf van wie dan ook in een groot toernooi legendarisch is, tja dan wordt deze serie legendarische handen wel erg, erg groot….”
Zoals gezegd, vandaag dus het laatste deel in deze serie, en het gaat over een play die ik zelden maak: de check-call. Bij de hand in kwestie ging het niet zozeer om een gewone check-call. Nee, het ging om een check-call op alle straten, met niet meer dan een unimproved AQ voor no pair, no draw – en dat in het duurste toernooi wat ik ooit gespeeld had.
Iedereen zal het nog wel weten uit de PokerNews Live Reporting, of anders uit mijn PokerCity column “De hand met Lex”. Tijdens de EPT Grand Final 2008 in Monaco, op het moment dat de hele speelzaal al leeg was vanwege het begin van de dinner break, zaten Lex “RaSZi” Veldhuis & ik nog te ploeteren in een reuzenpot – met een hele haag supporters & mediamensen om ons heen. Met slechts een A
Q
had ik Lex op de flop 7
3
2
gecallt, na de turn 4
had ik hem wederom check-call gespeeld, en ook na de river 7
besloot ik bij mijn read te blijven. Ik had bijna 90% van mijn stack op het spel gezet met drie grote check-calls, terwijl ik slechts 1 ding kon verslaan: een three-barrel bluf.
Nu was dat eigenlijk ook precies waar ik hem op zette, hoor. Zijnde iemand die werkelijk alles leest of bekijkt van wat er online verschijnt, las ik dus ook altijd RaSZi’s blog – waar juist die three-barrel bluf een veel voorkomend thema was, of misschien zelfs wel een stokpaardje van hem. Gecombineerd met zijn lichaamstaal en het feit dat jonge Internet-jongens sowieso heel graag ‘oude’ en in hun ogen vaak ‘weak-tighte’ spelers als ondergetekende uit de hand willen drukken, achtte ik de kans op een pure bluf eigenlijk aanzienlijk groter dan de kans op een value bet. Met dien verstande dat als ik fout zou zitten, ik niet alleen de hoon van velen over mij af zou roepen, maar – misschien nog wel belangrijker – ik zou met mijn paar overgebleven chips dan minder dan 10% van de gemiddelde stack zijn. En zelfs voor een erkend shortstack specialist als mijzelf, zou dat dan toch wel heel erg tegen de stroom in zwemmen zijn geweest.
Maar ik had het goed gezien! Lex had K
T
, en had dus feitelijk vanaf het allereerste begin zonder enige directe outs gebet, puur en alleen dus om mij van een betere hand af te drukken.
Nu is dit eigenlijk iets waar ik tegenwoordig in bijna ieder toernooi wel mee word geconfronteerd – en dan voornamelijk door de vele jonge spelers die het feit dat ik gewoonlijk veel handjes fold verwarren met “over Rolf kun je heen lopen – hij foldt toch wel.” Gebruikmakend van deze, mijns inziens volledig verkeerde, instelling bij mijn jonge tegenstanders, krijg ik vaak overdreven veel actie op handen als AK of grote paren. (Wat betekent dat als ik zo’n monsterpot win ik ook direct een behoorlijke stack heb, maar waarbij als ik de hand niet win, ik ook ineens een veel grotere kans op vroegtijdige uitschakeling heb dan gezien mijn speelstijl logisch zou zijn.) Eerder in deze serie had ik het al over de volstrekt onlogische shoves / moves van mijn tegenstanders met AQ offsuit, A
J
en 6
5
– allemaal in situaties waar het toch klip en klaar was dat ik een echte hand had. Maar niettemin waren mijn tegenstanders bereid om hun hele stack te riskeren in situaties waar ze nog nauwelijks iets hadden geïnvesteerd in de pot – puur en alleen dus omdat ze mij van mijn sterke hand wilden wegdrukken.
En hoe riskant en opportunistisch deze acties van de tegenstanders ook mogen lijken: feit is dat geen enkele speler in grote freeze-out toernooien graag met dit soort bully poker te maken krijgt. Immers, elke keer dat iemand anders jou dwingt voor jouw hele stack te spelen, kun je door ofwel een foute beslissing (callen of raisen als je moet folden) danwel misfortuin (je was favoriet op het beslissingsmoment, maar verloor toch) uit het toernooi liggen. En dus zou het veel fijner zijn als je juist met iets zachtere hand wordt aangepakt door jouw tegenstanders.
Sterker, in freeze-out toernooien is het vaak verstandig als de goede spelers niet te veel druk op elkaar zetten. Onder het motto “de ene hand wast de andere” vermijd je dan grote potten te spelen met de andere goede spelers, tenzij je natuurlijk een echte tophand hebt. Doordat de betere spelers elkaar wat met rust laten maar zich juist richten op de zwakkere opponenten, kunnen ze met minder risico hun stack opbouwen, en belangrijker nog: ze kunnen zo hun kans op vroegtijdige eliminatie beperken. In de genoemde hand met Lex deden wij dat geen van beide – en dus zou je kunnen zeggen dat vanuit het perspectief van deze risicomijdende tactiek, wij hier allebei niet optimaal hadden gefunctioneerd. Ook ik niet, dus – ondanks dat ik wel degelijk trots was op mijn goede read en mijn getoonde durf.
Meer over het belang van risicomijdende tactieken in de beginfase van toernooien in mijn column van volgende week, waar ik een uitgebreide analyse geef van het veelbesproken potje tegen Ruben Visser uit de recente EPT Barcelona.
Iedere week verschijnt de column van Rolf Slotboom op PokerCity. Rolf is een van Nederlands beste pokerspelers en tevens een internationaal gewaardeerd schrijver van pokerboeken en artikelen.









