Van weinig spelers zal de toernooitactiek op structurele basis zo slecht worden geïnterpreteerd als die van mij. De reden hiervoor is simpel: Ik maak vaak gebruik van onconventionele tactieken en nogal extreme strijdwijzes, waarbij ik vaak ook nog binnen het toernooi van tactiek verander. Zo ben ik vaak in de ogen van de ene persoon een übertighte nit, terwijl aan dezelfde tafel er ook spelers die mij beoordelen als een totale maniak. Raar, maar waar – en het is dan natuurlijk aan mij om tegen iedere individuele speler met een optimale tactiek te komen. Enkele voorbeelden van deze tactieken zijn:
De Weak-Tight Rolf
Mijn favoriete toernooitactiek. Ik doe me voor als een angsthaas die geen potje speelt. Voordelen: Je blijft lang in leven. Je komt zelden in marginale situaties terecht. Spelers die jouw image geloven zullen handen als top paar fluitend weggooien als jij in de hand zit. Tegelijk zullen spelers die een hekel hebben aan weak-tighties juist proberen je uit de pot te bullyen die paar handjes dat je meespeelt. (En zo kun je tegen hen alsnog extreem veel value uit je tophanden krijgen, simpelweg omdat zij je met weinig uit de pot zullen proberen te drukken.) Nadelen: Je zit in weinig potjes, en kunt je – hopelijk – betere skill maar zelden aanwenden. Je zult niet snel een grote stack opbouwen. Hoge geluksfactor in die paar grote potten die je speelt, terwijl de meeste toernooipros juist smallball spelen. Tegenstanders zullen je tactiek slechts zelden waarderen. In hoge-ante situaties niet aan te raden, omdat je dan te weinig blinden steelt en dus langzaam zult doodbloeden.
Rolf de Maniak
Een tactiek die ik veelal reserveer voor hoge-ante situaties, en dan vooral in de eindfase van toernooien met een hoog crapshoot-gehalte. Dit is feitelijk de tactiek die ik toepaste aan de laatste twee tafels van de Master Classics 2005, waarbij ik met gigantische open raises en all-in reraises mijn tegenstander continue de dreiging gaf voor de gehele stack te moeten spelen. Ik gebruik de tactiek tegenwoordig nog maar zelden, a) omdat de structuren in de eindfase van toernooien tegenwoordig beter zijn dan vroeger, b) omdat vrijwel iedereen mijn maniakkentactiek in de praktijk heeft gezien, en c) omdat veel meer dan vroeger spelers tegenwoordig bereid zijn om een marginale call te maken voor hun gehele stack. Wel gebruik ik de shove en all-in resteal nog redelijk liberaal als ik tegen heel goede spelers zit die ik niet kan outplayen. (Tegen dit soort spelers vind ik het niet erg om met handjes als 9?8? all-in te reraisen voor de flop om zo de geluksfactor te maximaliseren, om ze zo mogelijk van een betere hand af te drukken, en om zo precies te spelen op het terrein waar zij het liefst verre van willen blijven: preflop all-in confrontaties met een hoge korte-termijn geluksfactor.) Voordelen: Je wint veel potten uncontested, waardoor je zonder showdown en meestal met de slechtste hand toch blijft stijgen in chips. En win je slechts 1 of 2 showdowns, dan is de kans heel groot dat je de chipleader bent, waardoor je in staat bent jezelf simpelweg naar de titel te beuken – en het echte geld in toernooien is natuurlijk te winnen als je een eerste plaats pakt, plus dan nog eens de eer en de roem die daar bij komt. Nadelen: In showdowns heb je meestal de slechtste hand. Je riskeert meestal je hele stack om slechts weinig te winnen. Je maakt geen gebruik van je (dat nemen we tenminste aan) betere postflop skills. Zelfs enorm slechte spelers kunnen je exploiteren door het doen van iets heel simpels: gewoon wachten op een redelijke hand, en dan alles erin gooien.
Uit-het-element-haal-Rolf
Een tactiek die ik reserveer voor als ik met sterke spelers aan tafel zit. Zit ik bijvoorbeeld met jonge, succesvolle online spelers, dan weet ik wat zij het mooist vinden: snel spelen, veel actie maken, riskant bluffen, veel praten over tactiek. Wat ik dan ga doen is precies het tegenovergestelde. Ik probeer door veel en lang na te denken het tempo wat uit het spel te halen. Ik ga praten over dingen waarvan ik weet dat die jonge gasten ze totaal onzinnig vinden. Ik ga nog veel strakker spelen dan ik normaal al doe, en zal dit accentueren met (in hun optiek, volledig ongeloofwaardige) verhalen over hoe ik AK weggooide voor de flop zonder zelfs maar de initiële call te maken. Alles wat ik maar kan doen om hun uit hun prettige, “let’s play fast”, “let’s push our small edges”, “kijk eens wat ik allemaal kan” houding te halen. En hoe saaier ik de tafel kan maken, hoe oninteressanter de praat in de ogen van die gasten, en hoe lager het tempo, des te verder heb ik hen uit hun comfort zone – en des te beter is dat voor mij natuurlijk. Maar ook tegen goede spelers die enigszins emotioneel of bijgelovig van aard zijn, zal ik precies die dingen doen of zeggen waarvan ik weet dat ze dat niet leuk vinden. Voordelen: Ik speel in op de emoties van de opponenten, en vooral jonge Internetspelers zijn relatief gemakkelijk uit hun evenwicht te brengen. Als ze mij niet mogen is de kans bovendien groot dat ze tells weggeven in de potjes die ze met mij spelen, of dat ze door hun emotionele betrokkenheid minder dan normaal in staat zijn de ‘correcte’ play te maken. Kans op enorm grote payoff als ik een echte hand heb, simpelweg omdat de jonge Internetprofs het gewoonlijk niet kunnen verkroppen een pot te verliezen aan een übertighte nit, of aan iemand die in ieder geval in hun optiek een inferieure strategie gebruikt. Nadelen: Sfeer aan tafel kan soms wel eens wat grimmig worden.
Rolf de Smallballer
De eigenlijk enige echte ‘correcte’ tactiek. Gebruik ik veel minder dan de andere goede toernooispelers, en eigenlijk alleen als ik mezelf de beste speler aan tafel vind (wat in hoge buy-in toernooien slechts zelden het geval is), of als ik tegen spelers zit die erg voorspelbaar spelen. Ideale tactiek in de eerste paar levels van deepstack toernooien als het WSOP Main Event. Je maakt relatief kleine preflop raises, speelt veel speculatieve handen in positie, zet op de flop eigenlijk nooit meer dan 2/3 pot, en zal je acties op de flop, turn en river (meer nog dan van je eigen hand) laten afhangen van de reacties van de tegenstander, en of het board zich mogelijk scary heeft ontwikkeld voor de hand die deze persoon waarschijnlijk heeft. Doel: Je wint heel veel kleine potjes uncontested, en zal alleen een grote pot spelen als je ook echt de goodies hebt. Voordelen: Als je echt de beste speler bent aan tafel, minimaliseer je zo de geluksfactor en de kans op een ‘lucky punch’ bij de tegenstander. Je stack zal geleidelijk stijgen, vrijwel ongeacht de kaarten die je hebt gekregen. Nadelen: Werkt alleen tegen voorspelbare tegenstanders, of spelers die enigszins angstig zijn aangelegd. Zitten er namelijk 2 of 3 maniakken aan tafel die geen respect hebben voor kleine bets en die je continue reraisen, dan kom je met deze ‘advanced’ smallball speelwijze niet ver, en moet je simpelweg mee in het geweld om niet onder te sneeuwen.
Iedere week verschijnt de column van Rolf Slotboom op PokerCity. Rolf is een van Nederlands beste pokerspelers en tevens een internationaal gewaardeerd schrijver van pokerboeken en artikelen.









