Collusie in poker is een belangrijk issue. Bij het pokerspel hoort het ieder voor zich te zijn. Als twee mensen aan tafel samenspelen of elkaar sparen geeft hen dit een onrechtmatig voordeel tegenover de andere spelers, en dat is een kwalijke zaak. Echter, de bestrijding van collusie is vaak best lastig – al is het alleen maar omdat de grens van wat nu net wel en wat net niet als collusie moet worden gezien, nogal arbitrair is.
Nicky door de mangel
Na een recente column van onze eigen Nicky Roeg hier op PokerCity (“Een zomer in Utrecht”) kreeg de schrijver in de reacties een flinke berg kritiek over zich heen. Op zich niets bijzonders omdat Nicky eigenlijk altijd wel een bak stront over zich heen krijgt – maar in dit geval ging het ook echt om iets belangrijks. In het stuk beschreef Nicky hoe hij in een hand kwam tegen zijn vriend Berney Frankfort. Heads up op de turn maakte hij toen met zijn set drieën een grote all-in overbet om zijn vriend duidelijk te maken: “Man, ik heb de goods – gooi al je marginale handen hier gewoon weg.” Nicky’s redenatie, zoals beschreven in de column: Als ik in een hand zit met meerdere spelers speel ik mijn spel, maar als ik alleen met hem in de hand zit hoef ik niet zijn chips af te pakken.
Een redenatie die ik snap, maar die ik niet echt professioneel vind. Een prof weet dat voor sentimenten aan de tafel geen plaats zijn, en chips van een vriend zijn net zo belangrijk voor het bouwen van je stack als chips van een vijand. Eigenlijk de enige reden om iemand zachtjes aan te pakken is als je hem vreest om zijn kwaliteiten, en hoopt dat door jouw ‘vriendelijke’ gedrag hij je in ruil hiervoor net iets meer speelruimte zal geven. Dit is de illusie van collusie, om nog maar eens mijn poëtische inslag te gebruiken. Nog net iets anders dan echte collusie dus – want als je hier toevallig een tophand hebt, zul je natuurlijk alsnog proberen het onderste uit de kan te krijgen tegen deze opponent.
De denkwijze van Nicky in de door hem beschreven hand was eigenlijk een nogal ouderwetse. En indien hij & Berney deze ‘tekens’ vooraf met elkaar hadden afgesproken, is dit inderdaad laakbaar gedrag – omdat ze hiermee hun beider kans op uitschakeling verkleinden, en dus feitelijk hun concurrentiepositie tegenover de andere acht spelers iets verbeterden. Veel waarschijnlijker is het echter dat beide mannen daar helemaal niet aan dachten, maar gewoon uitgingen van de wat primitieve gedachte “tja, van mijn maten wil ik niet winnen hoor”. Een sentiment dat aan de pokertafel eigenlijk niet thuishoort, maar dat toch minder zwaar hoeft te worden bestraft dan echte collusie tussen twee of meer spelers – dat reeds vanaf het begin als expliciet doel heeft om oneigenlijke voordeeltjes te verwerven.
Man & vrouw aan tafel
In mijn cashgame-jaren waren in Holland Casino Amsterdam twee van de grootste winnaars ook toevallig man en vrouw: Kosta Anastasyadis & Heleen de Leng. We praten hier over de jaren nog ruim voor de poker boom, in een tijd dat er in de pokerpit zelden of nooit meer dan twee tafels bespeeld werden. Net als ik waren ook Kosta & Heleen vrijwel dagelijks te vinden in het casino, en of ze nu wilden of niet – dag in, dag uit troffen zij elkaar dus in dezelfde game.
Kosta & Heleen hadden het gebruik om als ze samen overbleven in een pot deze simpelweg uit te checken, ongeacht de sterkte van hun handen. Let wel: In die tijd was poker nog veel meer dan nu een ‘gezelschapsspel’, waarbij de inzetten relatief beperkt waren en we bovendien limit speelden in plaats van no-limit. In de vriendelijke atmosfeer van toen had eigenlijk niemand problemen met deze praktijk – ondanks dat strikt gezien het tegen de regels is. Ook ikzelf heb nooit dit uitchecken van hen aan de kaak gesteld. Ik zou er pas een probleem van hebben gemaakt indien ze bewust hun speltactiek zo zouden opbouwen (bijvoorbeeld door op structurele basis de inzetcombo bet / lichte isolatie-raise te gebruiken om de rest van het veld uit te schakelen) om vaker dan normaal in de winstgevende check-check situatie te belanden waarin ze samen het dode geld van de rest konden verdelen. Maar omdat zowel Kosta als Heleen altijd zeer correct waren in hun speelwijze en op geen enkel moment probeerden een voordeeltje te halen uit hun afspraak, was dit uitchecken wat mij betreft geen enkel probleem – hoewel strikt volgens de regels dit dus zou kunnen worden aangemerkt als samenspel.
Mogelijke collusie bij toernooien
Waar ik tegenwoordig bij live toernooien actief ben als speler, daar was ik dat vroeger als reporter / verslaggever. In die hoedanigheid heb ik vele grote toernooien aanschouwd, waar ik een flink aantal gevallen heb zien langskomen van collusie of mogelijke collusie. Daaronder ook twee situaties met de Nederlandse nummer 1 op toernooigebied, Marcel Lüske.
De eerste keer was tijdens een Master Classics event waar hij gebroederlijk zat naast een toenmalige vriend van hem, Simon “Aces” Trumper. Simon was destijds op de top van zijn roem en Marcel was op dat moment alleenheerser in Europa, dus aan de volle tafel waren zij met afstand de beste spelers. Op zich logisch dus dat deze twee heren elkaar uit de weg zouden gaan. Maar wat ik zag was dat ook in situaties waar de stacksizes zodanig waren dat de een de ander wel moest aanvallen, dat de ander dan toch een vriendelijke behandeling kreeg. Veel meer walks dan normaal of checks all the way gaven mij als reporter het idee dat er enige onderlinge afspraken waren gemaakt.
Veel reporters zouden dit niet vermelden, en al helemaal niet als ze ook nog eens (zoals ik) ingehuurd waren en dus betaald werden door het casino. Ik zocht het compromis, en schreef in bedekte bewoordingen dat beide heren elkaar wel erg veel leeway gaven. Maar omdat het hier dus ook puur kon gaan om twee goede spelers die de correcte tactiek toepasten van elkaar vermijden om zich te beperken tot het strijden tegen de strakke broeders, kon en wilde ik mij niet scherper uitdrukken dan ik in mijn verslag had gedaan.
Ook enkele jaren later was ik reporter bij een toernooi van Marcel, dit keer de voorronde van de Dutch Open in Amsterdam. De laatste drie spelers plaatsten zich voor de finale (die ikzelf wonder boven wonder zou winnen, mijn eerste pokertitel van importantie), en aan de finaletafel van negen zaten op thuisgrond zowel Marcel als zijn ‘leerling’ van toen, Noah Boeken. In een supersatellite als dit met hoge blinds & antes is de optimale strategie nogal simpel. Het betreft losse all-in pushes uit late positie en als first in, en vermijden van marginale calls indien iemand anders voor jou all-in is gegaan. Zowel Marcel als Noah kenden deze tactiek natuurlijk prima, en toch gaven ze elkaar veel meer walks dan logisch zou zijn, of werden potjes cadeau gedaan voor een minimale investering. Beiden gebruikten een op zich zeer goede tactiek om elkaar in leven te houden, maar voor de andere spelers betekende dit natuurlijk wel dat hun kansen op kwalificatie iets slonken – al was het alleen maar omdat Noah & Marcel in ieder geval niet tegen elkaar zouden busten. Opvallend was dat het casino de geluiden vanaf de rail hoorde dat er hier mogelijk sprake zou zijn van collusie, en op een gegeven moment kwam zelfs een chef naar mij toe met de tekst: “Goh, die twee houden elkaar wel erg mooi in leven, zeg.” Opvallend, want indien hij dit inderdaad zo constateerde, dan had hij moeten optreden in plaats van het tegen mij te vertellen als leuke anekdote. Immers, dan hadden de spelers in kwestie een straf verdiend – of in ieder geval een waarschuwing.
Problemen bij de beoordeling van collusie
Probleem bij het vaststellen van collusie is dat degenen die hierover moeten oordelen, vaak de ballen verstand hebben van wat de correcte strategie is op een bepaald moment in het toernooi. Minstens net zo belangrijk is dat deze chefs of brushes dus ook niet goed kunnen inschatten of de spelers in kwestie wel weten wat de correcte tactiek is in die fase, en dus is ook zelden met 100% zekerheid te zeggen dat er wordt samengespeeld.
Want stel dat een chef toevallig zou zien dat aan deze finaletafel van de Dutch Open kwalificatie, een speler de tophand KK weglegt tegen een shove. Hij zou dit dan mogelijk interpreteren als samenspel, en dan helemaal als het gaat om twee spelers (de shover en de would-be-caller) die elkaar goed kennen. Maar gezien de stack sizes, de blinds, de positie aan tafel of het mogelijk te tighte spel van de anderen, zou het wegleggen van KK hier wel degelijk de juiste beslissing kunnen zijn, omdat de speler in kwestie dan met minder risico op uitschakeling toch de laatste drie zou kunnen halen. En dus zou dit wegleggen van pocket koningen niets te maken hebben met collusie, maar gewoon met een verstandige tactiek.
Of een ander hypothetisch geval. Stel, een hoge-ante situatie op de bubble van een groot toernooi. Van de speler in de big blind is bekend dat hij graag de finale wilt halen, en het gerucht gaat dat hij een aanzienlijk percentage heeft geswapt met de small blind – met wie hij ook nog eens bevriend is. De big blind heeft een stack van 4.6 big blinds, waarvan er nu al 1 in de pot ligt, en het verschil tussen niet of wel in het geld komen is significant. Als in deze situatie iedereen foldt naar de small blind, aangenomen dat hij een bovengemiddelde stack heeft en ook bekend is met correcte speltactieken, dan zal deze small blind hier met een zeer wijde range pushen. Iedereen met enig pokerverstand weet dat, en dus zal er met zeer grote argwaan worden gekeken indien de small blind hier een walk weggeeft. Met alle antes in de pot, de grote potentiële opbrengst van een shove, de grote kans dat de big blind een matige of zelfs slechte kaart heeft en de geringe schade die de small blind zelfs bij een call + verlies van de pot zou oplopen, zijn er weinig handen te bedenken waarmee hij niet zou willen shoven. Als in deze situatie de small blind toch foldt, tja dan heeft dat een luchtje en dus op zijn minst de verdenking van mogelijk samenspel. Maar stel dat de dienstdoende brush zou zien dat de small blind hier een hand als K
8
of Q
T
weglegt, wel dan heeft hij naar alle waarschijnlijkheid niet voldoende inzicht om te weten dat een speler die bekend is met de juiste shove-tactieken hier nooit zou wegleggen.
Kortom, zelfs al is voor eigenlijk iedereen wel duidelijk dat er wordt samengespeeld tussen twee of meer spelers, de kans dat zij ook daadwerkelijk worden bestraft is klein – simpelweg door het gebrek aan inzicht & kennis bij de leidinggevenden.
Elke week beschrijft Rolf Slotboom, Team captain van Team Holland Poker, zijn leven als pokerspeler en alle ervaringen, kennis en anekdotes die daarbij horen. Heb je zelf vragen of interessante pokerhandjes die je graag besproken ziet worden, stuur deze dan op naar [email protected]aanjtwit









